Hieronder volgt een interview door Petra Jorissen bij Amadou en Miriam in Afrika, zelf vind ik dit een zeer indrukwekkend interview. Graag sta ik open voor nog meer indrukwekkende interviews zoals deze, die natuurlijk wel betrekking hebben op de visuele handicap.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De wereld kent een hoop beroemde blinde popsterren! Zo ook Ray Charles. Over hem is een film gemaakt, RAY. Vanwege zijn blindheid en omdat hij zwart was, was het voor hem heel moeilijk om te tonen wie hij werkelijk was. Dit is de trailer van de film.
Helden op stokken -- Gehandicapt in Afrika --
Europa
kent veel hulpmiddelen, maar in Afrika leven mensen samen, je staat er niet
alleen voor!
72 Procent van de Malinese bevolking leeft onder de armoedegrens. Er zit
weliswaar wat goud in de grond, maar de Sahara rukt steeds verder op. Mali heeft
één belangrijk exportproduct: muziek. Een groot aantal Malinese muziekanten
boekt ondertussen wereldwijd succes. Zoals het blinde echtpaar Mariam en Amadou.
In april 2007 organiseerde het duo, in samenwerking met Franse artiesten, voor
de derde keer het muziekfestival Paris-Bamako. De opbrengst daarvan is voor het
blindeninstituut in Bamako.
De chauffeur van het transferbusje op het Parijse vliegveld Charles de Gaulle
reageert enthousiast als ik zeg dat ik de muzikanten ga interviewen. ‘Oui,
Mariam et Amadou, le couple aveugle, je connais!’ Spontaan zet hij de melodie
van Dimanche à Bamako in, een nummer van de CD dat ook veel Europese liefhebbers
van wereldmuziek bekent in de oren klinkt. Die twee opzoeken na het concert
zoals in Nederland telefonisch afgesproken, is op zichzelf al topsport.
Ploeteren per rolstoel door een enorme zandvlakte vol kuilen bij een temperatuur
van 46 graden is, gelukkig, geen dagelijkse activiteit.
Uiteindelijk vind ik ze, in het pikkedonker. Zittend onder een afdakje op
simpele stoeltjes van plastic draad ogen ze als een koningspaar. Mariams
schoenen staan onder de stoel. Elegante voeten met keurig gelakte nagels
wiebelen onrustig heen en weer. Amadou belt met twee mobiele telefoons tegelijk,
en spreekt iets in op een dictafoon. Ik pak Mariams hand, zeg wie ik ben en wat
ik kom doen en laat terloops volgen dat ik in een rolstoel zit. ‘Oui, j’ ai vu’,
zegt Mariam droogjes, doelend op de rolstoel. Laat ik nou altijd gedacht hebben
dat Mariam blind was. Ze kijkt onverstoord recht voor zich uit. Moe of blasé,
maak dat maar eens op uit ogen achter een donkere bril. Jawel, ze weet dat er
uit Nederland gebeld is voor een interview, maar ze moeten zoveel: radio,
televisie, het is bijna Pasen, familiebezoek, hun nieuwe huis is niet op orde.
Dat moet ik begrijpen. Kort overlegt ze met Amadou in het Bambara. Dat het
enerverend is zeg ik lacherig van alle heisa om het koningspaar te pakken te
krijgen. ‘Oui madame, la vie n’est pas facile’, is haar gedecideerde reactie. OK
dan, een klein uurtje kan er af. Als ik dinsdag bel kan het interview misschien
woensdag plaats vinden. Misschien…
Breedbeeld televisie
Na nog wat telefoontjes over en weer vindt het bezoek dan toch plaats. Dat het
duo geprivilegieerd is blijkt ook uit hun gloednieuwe stenen huis met meerdere
verdiepingen. Die zie je niet veel is Mali’s hoofdstad Bamako, waar nog overal
open rioleringen zijn en het overgrote deel van de bewoners onder golfplaten
daken leeft. Het is donker en koel in de ruime woonkamer. Drie ventilatoren
draaien om het hardst aan het plafond. Een enorme breedbeeldteevee staat aan.
Amadou Bagayoko staat roerloos in de kamer naast een manshoge, in mijn ogen
ouderwetse, westers ogende staande klok. Zo’n klok verwacht je niet bij
Afrikanen. Waar Mariam is vraag ik. ‘Eh, ze is ziek en ze slaapt.’ Da’s een
forse tegenvaller. Of het boek een commerciële bedoeling heeft vraagt Amadou. De
gids van het hotel heeft me eerder verteld dat ik een heleboel cefa’s (West
Afrikaanse munteenheid) mee moet nemen, het couple aveugle vraagt vast veel geld
voor een interview. Maar over een vergoeding wordt verder niet gerept. Amadou
heeft vanaf zijn geboorte staar. Tot zijn zestiende zag hij nog wat, en ging hij
naar een gewone school. Amadou is niet afkomstig uit een muzikale familie. Als
tweejarige begon hij tijdens een bruiloft spontaan te trommelen op de djembee.
Op tienjarige leeftijd speelde hij harmonica en fluit en rond zijn veertiende
stapte hij over op gitaar. En Mariam? ‘Oh, zij begon al op haar zesde te zingen,
op feesten en bruiloften en kreeg daar geld voor, omdat ze zo prachtig zong.
Mariam zong van jongs af aan liedjes van de radio na. Mariam is vanaf haar
vijfde slechtziend. Toen werd ze ziek, mazelen en malaria. Die combinatie maakte
dat ze, net als veel Malinese kinderen haar gezichtsvermogen grotendeels
verloor. Nee, Mariam is niet helemaal blind. Ze ziet wel wat, ze ziet kleuren en
eh, ze ziet de zon.’
Eigen orkest
In 1973 opende het blindeninstituut in Bamako haar deuren. Mariam begon er op
vijftienjarige leeftijd met braille te leren en later, met het oog op een
toekomstig beroep, stoffen te verven. Amadou werd op zijn zestiende volledig
blind. Hij zat al volop in de muziek, speelde gitaar in het Orchestre National
du Mali en in de destijds bekende band Les Ambassadeurs, een orkest onder
leiding van Kanté Manfila, een van Afrika’s beste gitaristen. Ook hij ging in
1979 naar het blindeninstituut. Hij leerde er braille, rekenen, muziektheorie,
solfège en, zeker niet onbelangrijk, zich zelfstandig te bewegen in de ruimte.
Het instituut beschikte over allerlei muziekinstrumenten, en over een eigen
orkest met getalenteerde mensen waar Amadou al snel deel van uitmaakte. ‘In dat
orkest zaten vooral mensen met talent voor feesten.’ En, in 1980 ontmoette hij
er ook zijn levenspartner en partner in de muziek Mariam Doumbia. Of hij me een
goede en een vervelende herinnering aan het instituut kan vertellen, vraag ik
hem. Een vraag die hem in verlegenheid brengt. Het wordt stil aan tafel. ‘Eh,
wel een goede herinnering’, klinkt het aarzelend. Er verschijnt een brede
glimlach onder zijn goudomrande donkere designbril. Dan, ‘ons huwelijk in 1980,
toen we nog op het instituut zaten, dat is een mooie herinnering. Er was een
groot feest.’ De slechte herinnering laat op zich wachten. Ondertussen klinkt er
een ringtone, de melodie van Dimanche à Bamako, een van zijn drie mobiele
telefoons vraagt zijn aandacht. Als Amadou uitgepraat is aan de telefoon
herneemt hij meteen het gesprek.‘Tsja, die slechte herinnering…, de leraren
hielden echt veel van de kinderen op het instituut, dus ja… En, wij hebben recht
op onderwijs aan zo’n instituut. Je leert de essentialia als braille lezen en
stoklopen, heel goed. Ik wou altijd de beste zijn.’ Het klinkt bijna
verontschuldigend. Heeft hij werkelijk niets negatiefs vertellen of is er iets
heel anders aan de hand? vraag ik me ondertussen af. De negatieve verhalen over
betutteling en beknotting van Nederlandse gehandicapte instituutsbewoners
indachtig. Op naar het volgende onderwerp: de reactie van hun ouders op hun
huwelijk. ‘Natuurlijk, onze ouders waren ongerust. Ze vroegen zich af wie het
eten moest koken. Maar kinderen opvoeden is helemaal niet moeilijker als je
blind bent. Hier in Afrika leven mensen samen, je staat er niet alleen voor.
Familie, buren, ze zijn altijd in de buurt. Het leven hier is erg verschillend
van het leven in Europa, misschien is het wel gemakkelijker. In Europa is het
technologisch gezien beter. Als blinde kun je op keramische kookplaten koken of
met behulp van een magnetron, maar hier koken andere mensen voor ons. Europa
biedt ook veel anderen technologische voorzieningen, zoals aangepaste computers.
Maar in Europa ben je wel alleen. Hier heb je altijd mensen om je heen, en
hulp.’ Het echtpaar heeft drie kinderen, twee daarvan zijn ernstig slechtziend.
Hun slechtziende dochter woont ook in het grote huis in Bamako, ze studeert voor
journaliste. De oudste zoon heeft zich op de rapmuziek gestort.
Muziek voor iedereen
Of blinde kinderen ook naar een gewone school gaan in Mali? ‘Ja, dat kan
tegenwoordig hier ook, tot op zekere hoogte. Het voordeel van speciaal onderwijs
is de kleine klassen en de aangepaste lesmethoden en materialen. Maar als een
gewone school over aangepast lesmateriaal beschikt gebeurt dat hier ook wel.
Blinde kinderen gaan soms naar het regulier vervolgonderwijs.’ Wat hun
wederzijdse ouders ervan vonden dat het paar de muziek in ging? ‘Oh, mijn ouders
waren er tevreden mee. In tegenstelling tot veel West Afrikaanse ouders,
moedigden ze me juist aan. Ze leerden me liedjes, mijn vader gaf me
instrumenten. Nee, dat is niet gebruikelijk in Afrika, muziek maken wordt hier
niet als een serieus beroep beschouwd. Muziek is iets voor griots, oudere, wijze
muzikanten die bijvoorbeeld de geschiedenis van een dorp of een familie bezingen
op bruiloften, feesten, begrafenissen en andere plechtige gebeurtenissen. Griots
(spreek uit: gree-ohs) zingen alleen in kringen van vooraanstaande mensen. Wij
richten ons niet op de geschiedenis, maar op de samenleving van nu. Wij maken
heel andere muziek, muziek voor iedereen.’ ‘Bepalend is dat zowel mijn ouders
als die Mariam welgesteld waren. Mijn vader zat in het leger en die van Mariam
was leraar. Hij had lang geleden al in een luxe auto.’ In eerste instantie waren
de ouders niet enthousiast over het instituut. Ze vreesden dat het op zou leiden
tot het beroep van bedelaar. Dat is in het geheel niet het geval, aldus Amadou.
Er zijn leerlingen afgestudeerd die inmiddels advocaat, leraar en arts zijn.
‘Nog niet zo lang geleden was het anders, toen werden blinde kinderen thuis
gehouden, verborgen. Het lijkt erop dat kinderen die op het blindeninstituut
gezeten hebben tegenwoordig betere beroepskansen dan niet-blinde kinderen
hebben.’
Politiek
Of politici steun bieden aan blinde mensen. ‘Ja, de politiek heeft een plan voor
armoedebestrijding en bemoedigt arme en gehandicapte mensen, vooral in moreel
opzicht. De overheid betaalt bijvoorbeeld de opleiding aan het instituut, maar
veel geld heeft die niet.’ Amadou zou dat anders willen. Er zou wetgeving moeten
komen voor de sociale zekerheid. En een wet die blinde mensen
beschermt, een wet die maakt dat er meer blinde mensen betaald kunnen werken. Er
zou meer speciale werkgelegenheid voor blinden moeten komen. ‘De overheid geeft
jaarlijks zo’n zes miljoen cefa’s aan instituten voor blinden en slechtzienden,
maar dat is te weinig. Ze zou minstens 7 miljoen cefa’s moeten geven.’ Het
blindeninstituut krijgt verder geld van organisaties als De Lions Club
International en Rotary. Maar ook dan zijn er nog tekorten. ‘Braillecomputers en
andere speciale leer- en hulpmiddelen voor blinden zijn in Mali niet te koop,
die moeten uit Frankrijk komen. Wij weten weliswaar waar we ze moeten halen,
maar ze zijn erg kostbaar.’
Toiletten en matrassen
Met de opbrengst van het festival Paris – Bamako kan het instituut iets extra’s
doen. Er wordt een aantal nieuwe toiletten gebouwd, de braillebibliotheek wordt
aangevuld, er is weer geld voor nieuwe lesmethoden en een aantal matrassen is
dringend aan vervanging toe. Hoofdsponsor van het festival is Alain Mikli,
Parijse ontwerper van designbrillen. Jawel, ook het duo draagt prachtig
vormgegeven brillen van zijn hand. Ze hebben ieder maar liefst een stuk of
twaalf exemplaren in alle kleuren van de regenboog. Jaren geleden ontmoette
Amadou de ontwerper in Parijs, en voor het derde achtereenvolgende jaar heeft
Mikli een enorm bedrag geschonken. Ontspannen is er niet bij. ‘Gewoon niks doen
is moeilijk voor ons. Als we geen concert hebben dan hebben we wel interviews,
hebben we geen interviews dan hebben we bezoek en talloze andere dingen te
regelen. Altijd. Een dag niets doen en gewoon uitrusten? `Hoe kom je erbij?’ Een
van de drie telefoons gaat weer. Amadou slaat aan het regelen. ‘Soms is het
teveel. Mariam is tegenwoordig nerveus vanwege al die drukte.’
Steveland
Morris Judkins Hardaway (Saginaw (Michigan), 13 mei 1950) is een
Amerikaans pop-zanger en componist. Hij is bekend geworden onder de naam
Stevie Wonder.Bron: Petra Jorissen in DCDD-nieuwsbrief, gepubliceerd zomer 2007