Hieronder volgen 5 verhalen over ervaringen in landen waar blinden en slechtzienden het niet zo goed hebben. 3 korte verhalen in Azië en 2 langere verhalen over ervaringen in Ghana. Elk verhaal op zich is zeker de moeite waard om te lezen, omdat ze zeer aangrijpend zijn.

Indonesië:
Robin van Sumba
Lees hieronder het verhaal van Robin. De katholieke organisatie Perdhaki
verleent op de eilanden Sumba, Kalimantan, Flores, Java en Sumatra in Indonesië
oogzorg aan blinde en slechtziende mensen. Het doel is om vooral de arme
bevolking te helpen.
Sinds mijn geboorte was ik vrijwel blind
Mijn naam is Krensensius Robinson Umbu Deta, ik ben de vijfde van 6 kinderen. Ik
ben geboren in Weetebula op Sumba (Indonesië) in december 1989. Sinds mijn
geboorte was ik praktisch helemaal blind. Mijn ouders en oudere broers en zussen
moesten altijd opletten dat ik niet zou vallen. Toen ik de leeftijd had om te
leren lopen, probeerde ik zelf te lopen. Ontelbaar vaak viel ik en deed ik
mezelf pijn. ‘s Avonds zag ik nog minder. Overdag probeerde ik mijn moeder te
helpen in het huishouden, ik ben namelijk best sterk en gezond, maar kan alleen
niet zien. Zo kon ik mijn ouders helpen door water te halen uit de bron, ik ben
blij dat ik dat kon doen. Helaas kon ik nergens onderwijs volgen, omdat ik niet
kon lezen en schrijven. Eigenlijk deed ik alles wat de kinderen van mijn
leeftijd ook deden; spelen, rennen en op het huis letten.
Heilige Communie
Toen ik hoorde dat de kinderen van mijn leeftijd catechisatie kregen om ze voor
te bereiden op de Heilige Communie wilde ik daar ook bij horen, ook al was ik
bang en schaamde ik me dat ik niet kon lezen en schrijven. Ik zat achterin en
was bezorgd dat ik zou worden weggestuurd. Oh, wat was ik blij toen zuster
Gabriela naar me toe kwam en me vertelde dat ik de lessen zou kunnen volgen door
goed te onthouden wat er werd gezegd. Toen ik hoorde dat er staaroperaties
zouden worden gedaan in het Charitas Hospital en zuster Sili Bouka me zei dat er
nog een kans was om te zien, heb ik mij ingeschreven. Prijs God, want na mijn
operatie aan mijn rechteroog in 2003 zag ik 10%. In 2005 werd ook mijn linkeroog
geopereerd door de artsen van Perdhaki en daarna werd mijn gezichtsvermogen nog
verder verbeterd. Ik kan nu voor bijna 50% zien. Ik ben erg blij, want nu kan ik
pas echt goed mijn ouders helpen, die ook al wat ouder worden. Mijn oudere
broers en zussen zijn namelijk al getrouwd en het huis uit. Allerlei klusjes die
ik voor de operatie niet kon, kan ik nu wel! ‘s Avonds ga ik naar de zusters om
te leren lezen, schrijven en rekenen. In no time had ik dit onder de knie. De
zusters moedigen me aan om een klein bedrijf op te starten, zodat ik (ook
financieel) zelfstandig word.
Voor God is alle lof, Krensensius Robinson Umbu Deta (Robin)
| Vraag & Antwoord: (vink de vraag aan.... het antwoord volgt) | |||||
|
GHANA MET PASSIE
Een goede bekende van mij uit Hamburg is heeft al sinds vele jaren, zelfs
toen ik nog in Hamburg woonde, een grote passie voor Ghana. Haar naam is
Maschenka, 29 jaar, Pedagogisch studente aan de universiteit in Hamburg. Wat
door mijn initiatief heel onschuldig begon met een e mail contact met een
Pastor in Ghana is uitgegroeid tot een soort ontwikkelingsproject. Tot
dusverre is ze al diverse malen in Ghana geweest. Zelfs met haar vader, een
neefje van haar, een vriendin, maar soms ook alleen. Door al die keren dat
ze Ghana bezocht heeft, heeft ze er al een aardig netwerk op weten te
bouwen. Hier volgt haar verhaal.
Stage in Ghana
Mijn vriendin en ik kregen een stage bij de Akropong
school voor blinden in Ghana. Het was de bedoeling de achtste en negende
klas in godsdienstles en Frans lesgeven? Toen we aankwamen, waren de leraren
in staking, zodat er niemand was, die omkeek de kinderen van de
kleuterschool? Dat werd dus onze taak. Maar daar waren we dus totaal niet op
voorbereid? De eerste dag werden we nog geholpen, daarna niet meer? Slechts
een kind sprak goed Engels. Dat was de kleine Samuel. Hij vertaalde dan ook
voor ons. Ook al vroegen we de leraren om
behulpzaam te zijn, ze bleven staken. Op een dag vroeg Samuel ons
om een bril, als beloning voor zijn werk voor ons? Door een toeval ontdekten
wij dat meerdere slechtziende kinderen geen bril of andere hulpmiddelen
hadden. Gelukkig kon Samuel ook nog een beetje zien. We vroegen een leraar
hem naar een oogarts te brengen? Pas een jaar daarna (lang na afloop van
onze stage dus) lukt het mij via de Blindvereniging van Ghana, contact te
krijgen met de familie van Samuel.
Samuels bezoek aan 2 oogartsen
Ik bracht Samuel naar een staatsoogarts, die mij door de blindenvereniging
aanbevolen werd. Daar brachten we een hele dag door, pas aan het eind van de
middag werd Samuel onderzocht, in een ruimte waar vele mensen op stoelen
zaten, het maakte de oogarts niet uit wie er meekeek. Hij vroeg mij dan ook
waarom ik deze blinde jongen meegenomen had, omdat men hem sowieso niet zou
kunnen helpen. Als ik de arts uitgelegd had dat ik met hem buiten gespeeld
heb en hij nog dingen visueel kon waarnemen, toonde de arts hem een aantal
kleuren. Samuel kon ze toch helaas niet herkennen, omdat de ruimte veel te
donker was. Ik vroeg de arts mee naar buiten te gaan, om het daar nogmaals
te proberen. Maar de arts ging daar niet op in. Daarop hebben we zeker 10
minuten geïrriteerd met elkaar gediscuteerd. De volgende dag zijn Samuel en
ik naar een privékliniek gegaan. Daar kreeg hij eindelijk oogdruppels,
waardoor zijn hoge oogdruk niet verder zou oplopen. Helaas werd
geconstateerd dat hij geen bril zou kunnen dragen, omdat zijn ogen te veel
bewogen. helaas door geldgebrek kreeg Samuel maar korte tijd oogdruppels.
Maar gelukkig omdat ik met zijn contact kon opnemen die in de Verenigde
Staten leeft, stuurt hij de familie regelmatig geld, zodat zijn kinderen nu
meer kleding kunnen kopen, maar dus ook oogdruppels voor Samuel kunnen
krijgen.
Voorwaarden voor blinden en
slechtzienden in Ghana
In het hele land zijn maar 2 scholen voor blinden en slechtzienden, die elk
ongeveer 350 scholieren aan kan nemen. Daarom kan maar 0,1% van de blinden
en slechtzienden naar school. Vaak zien de ouders hun gehandicapte kind als
een zonde van God. In sommige gevallen worden kinderen ook afgezet bij zo'n
blindenschool en komen vervolgens nooit meer terug. Zulke kinderen worden
beschouw als een schade. Buiten dat kunnen ze ook niets bijdragen in het
dagelijks leven van de familie. Zelfs al hebben ze een schooldiploma, moeten
ze vaak nog op straat gaan bedelen, omdat ze geen werk kunnen vinden. Maar
heel weinig blinden en slechtzienden kunnen met een computer omgaan. De
blindenschool in Akropong heeft als gift gekregen, de helft daarvan is al
wel kapot. De school krijgt heel veel giften, maar vaak zijn die dingen
onbruikbaar. Tweede hands kleding, die wij alleen nog voor poetslap zouden
gebruiken, bedorven etenswaar, erg vieze matrassen, veel scholieren hebben
niet eens bedlinnengoed. Veel familieleden van blinde en slechtziende
kinderen op dergelijke blindenscholen besteden geen aandacht aan hun kind.
Daardoor gaan die kinderen vaak ook niet naar de oogarts, waardoor hun zicht
nog slechter wordt. Veel kinderen zouden geholpen kunnen worden, maar omdat
God nou eenmaal beslist heeft dat die kinderen blind of slechtziend moeten
zijn,, doet niemand iets. Sommige ouders sturen hun kinderen naar een
Pastor. Die hun belooft hun kind te genezen, waarbij hoogst zeldzame
methoden worden toegepast. Ook volwassenen met een visuele handicap gaan
naar dergelijke Pastors, omdat Klinieken te duur zijn of omdat het
vertrouwen in de oogarts er niet is. Ik ken een verhaal van een pastoor die
een Limette in de ogen van een blinden heeft gespten. Natuurlijk heeft hij
daarvoor over de Limette een gebed uitgesproken. het heeft niet mogen baten.
Een bril voor het dropshoofd
Gedurende onze tijd in de blindenschool hebben mijn vriendin en ik de
stichter van een niet door de overheid gesteunde organisatie leren kennen,
hij heet Kumi. Hij hield zich o.a. bezig met zijn landgenoten over blindheid
te vertellen. Eén keer zijn we met hem naar zijn dorp gegaan. En hebben daar
over blindheid gesproken. Het hoofdonderwerp in dit gesprek met de
dorpsgenoten was de voeding. Veel mensen worden daar blind, omdat ze niet of
niet het juiste voedsel tot zich nemen. Ondanks dat groente en fruit in
voldoende mate aanwezig is. Maar omdat ook de apen graag van de groente en
fruit eten, willen de dorpsgenoten het niet meer eten. De dorpsgenoten
verbouwen het wel, maar verkopen het dan verder in de stad. Verder hebben we
de dorpsgenoten op het hart gedrukt niet zo maar een bril van een of andere
straatverkoper aan te nemen. Toen ik het jaar erop weer in Ghana was kwam de
dorpsoudste uit dat dorp mij bezoeken en vertelde dat hij niet meer kon
lezen, omdat zijn ogen niet meer goed zouden functioneren. Daarnaast zouden
nog 1 of 2 anderen in het dorp hulp nodig hebben. Samen gingen we naar een
oogarts, die heeft een bril voorgeschreven, die ik voor hem van wat gespaard
geld gekocht heb. Tevens konden ook de andere 2 dorpsgenoten geholpen
worden. Nog 2 anderen uit het zelfde dorp hadden oogproblemen. Ze waren
voornemens van plan naar een wonderdokter te gaan, maar toen zij zagen wat
er met het dorpshoofd en de andere 2 uit het dorp gebeurd was, besloten ze
af te wachten. Intussen heeft het dorpshoofd dorpen in de omgeving bezocht
en mij medegedeeld dat er nog meer mensen zijn die graag mijn hulp kunnen
gebruiken.
Toekomstplannen en financiering
Als ik weer in Ghana ben, wil ik de mensen daar graag meer vertellen over
wat het betekend blind te zijn. Het is niet alleen belangrijk meer te weten
over gezond voedsel of wat voor type mens je ook bent, van welke afkomst je
ook bent, dat ieder mens blind zou kunnen worden. In sommige dropen is het
normaal, dat als je familie hebt die blind is, dat je hen naar een ander
dorp elders heen brengt en daar achterlaat. Ook zijn er dorpen waar zelfs
gehandicapten niet eens in mogen komen, omdat ze anders een vloek over de
inwoners zouden uitspreiden. Tot voor kort had ik een auto tot mijn
beschikking. Die mocht ik gratis gebruiken, maar ja ook auto's gaan ooit
kapot. Om toch verder te kunnen reizen, we waren dan ook genoodzaakt gebruik
te maken van een soort openbaar vervoer busjes. Maar die gaan pas rijden als
het busje vol is, dat kan lang duren. Maar een voordeel is wel dat ik nu
mensen kan meenemen die naar de oogarts moeten. Soms moet ik hen wel
overtuigen van het feit dat het noodzakelijk is om naar de oogarts te gaan.
Soms helpt het als ze vernemen dat het vervoer ernaar en terug gratis is.
Een ander probleem is het geld. Tot voor kort had ik zelf wat
bijverdiensten. Maar gelukkig krijg ik ook van vrienden af en toe wat geld,
dat ik dan opspaar. Mijn verblijf in Ghana is gratis, omdat ik bij een ex
collega van mij die uit Ghana komt kan verblijven.
Het Jatrophaproject
Met de blindenvereniging van Ghana wilde ik een project starten. Op het
internet heb ik een film gevonden die laat zien hoe in Ghana Jatropha
verbouwt wordt, dat uit biodiesel gewonnen wordt. Een manier voor de blinden
in Ghana om zelf geld te verdienen, om zo hun familie te kunnen onderhouden.
Ondanks dat de blindenvereniging meewerkte, kwam ik in eerste instantie niet
veel verder. Niemand keek verder om naar het project. Op een gegeven moment
hadden we dan toch iemand gevonden die weet om te gaan met het verbouwen van
Jatropha. Die expert zei dat we 5 Acres met Jatropha moeten verbouwen, zodat
het zich een beetje loont. De noten van uit de boom als ze rijp zijn. De
blinden hadden dan de mogelijkheid die noten te oogsten, die wij dan aan een
bedrijf kunnen doorverkopen. Het is gelukt om een stuk land van 7 Acres te
kopen, ter waarde van 18000 Euro.
Koningin van de vooruitgang
Met het dorpshoofd en een aantal andere dorpsgenoten van het dorp waar we
dat stuk land gekocht hadden voor het Jatrophaproject ben ik naar een
Oogkliniek gegaan. Voor al die hulp die wij het dorp aanboden, vroeg het
dorpshoofd of ik de titel koningin van de vooruitgang wilde aanvaarden. Daar
heb ik eerst even over nagedacht, omdat dat toch een hele
verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Maar ja je hebt dan wel invloed en
je wordt serieus genomen. Uiteindelijk heb ik die titel toch maar
aangenomen. Ook omdat ik dan mijn vader niet altijd meer nodig had. Die
titel betekent niet dat je met een kroon rondloopt of in een koets
rondrijdt, maar dat je er echt voor zorgt dat er vooruitgang in het dorp
wordt geboekt. Als eerste wil ik ervoor zorgen dat er een soort bibliotheek
voor kinderen wordt opgezet. In het dorp is er al wel een kleuterschool,
basisschool en soort van middelbare school. Maar jammer genoeg gaan de
meeste kinderen mar heel onregelmatig naar school. Omdat ze niet begrijpen
wat voor zin het heeft naar school te gaan. Omdat ze toch zo wie zo boer
worden. Velen van hen dromen er ook over om in een grote stad te wonen en te
werken. Ondanks dat hoop ik dat de kinderen toch plezier gaan beleven aan
het lezen van boeken en daardoor gemotiveerd raken verder te leren, ook hoe
het buiten het dorp eraan toe gaat. Daarnaast wil ik iets tegen de vuilnis
doen. Vuilnis wordt vaak maar op straat gegooid, 1 x per week worden
bijvoorbeeld schoolgebouwen gereinigd en de vrouwen verzamelen het vuilnis
en brengen het naar de ingang van het dorp, waar het door een vuilnisdienst
van de overheid wordt opgehaald. Ik heb voorgesteld kleine vuilnisbakken te
verdelen, werd eerst niet begrepen. Enkele huishoudens hebben nu toch een
kleine vuilnisbak.
Spreekbeurten
Ottokpolu:
Nadat ik tot koningin gekroond was en wist dat we daar voorlopig niets
konden doen, besloten we naar andere dorpen te gaan. Ons plan was het om
informatie te verstrekken over blindheid, dat de mensen daarna zich bij ons
zouden kunnen registreren, voor het geval dat ze problemen met hun ogen
zouden krijgen. Als eerste reden we naar Ottokpolu, een afgelegen dorp in
het oosten van het land. Na een afspraak gemaakt te hebben met de pastor
konden we een spreekbeurt houden tijdens een mis in een plaatselijke kerk.
De Pastor onderbrak voor ons zijn predik en ging zelf bij ons zitten als
soort van vertaler. Omdat daar voornamelijk Krobo wordt gesproken, een taal
die Kumi zelf niet kent. Ik begon met ons voor te stellen, Kumi ging daarna
verder. Na afloop vroeg de pastor of hij eerst zijn Predik af kon maken
alvorens wij met registreren konden beginnen. Velen konden de registratie
niet afwachten, dus gingen wij alvast naar buiten. Steeds meer mensen kwamen
om zich te laten registreren. Veel volwassen hadden ook hun kinderen
meegenomen, kinderen waarvan de ogen niet helemaal in orde zouden zijn. Zo
kwam onder andere ook een moeder met haar kind, waarvan de ogen dicht
gekleefd waren. De moeder zei dat het ergste was, om steeds maar de vliegen
te moeten verjagen van de ogen van haar kind. De registratie duurde 2 uur
lang. Veel mensen vertelden hun verhaal hoe hun oogproblemen zijn ontstaan
en verergerd zijn. Alleen uit deze kerk hebben we 40 mensen geregistreerd.
In het dorp zijn 5 kerken, met in totaal 1000 inwoners. Als in elke kerk zo
vele mensen oogproblemen hebben, zou dat betekenen dat 20% van het dorp
oogproblemen heeft. Maar omdat we al zoveel mensen geregistreerd hadden en
alle kerken om dezelfde tijd afgelopen zijn, konden we de andere kerken niet
meer bezoeken. Ik begon me al wat zorgen te maken hoe we deze 40 mensen al
zouden kunnen helpen. De kliniek waar die mensen geholpen zouden moeten
worden is in de regiohoofdstad. 1 keer per maand komen daar oogartsen en
blijven daar tot ca 5 dagen. Intussen konden al 8 mensen uit het dorp
geholpen worden. Waaronder ook de jongen met de verkleefde ogen. Hij kreeg
oogdruppels, met hem gaat het nu beter. Voor 12€ inclusief transportkosten
is hij behandeld. Maar niet altijd zijn de behandelkosten goedkoop. We
gingen ons beraden of er niet een andere oplossing zou zijn om
transportkosten te sparen. Enige tijd later vonden we een team van
oogartsen, die zouden dan met een kleinbus naar de dorpen moeten gaan, ter
plekke worden dan ook de brillen vervaardigd net als kleine de kleine
ingrepen die verricht moeten worden. Alleen voor de grotere operaties moeten
de patiënten nog wel naar de kliniek. Als we weer wat geld zouden hebben,
dan sturen we dat team naar Ottokpolu, tot die tijd moeten de mensen daar in
het dorp nog wat geduld hebben.
Uba hadaka:
Met nu al 40 patiënten zaten we al over onze limiet heen. Toch nam Kumi een
uitnodiging aan om naar Uba hadaka te komen. Een ander dorp in het oosten
van het land. Eigenlijk wilde ik niet naar Uba hadaka, maar het dorp zou
maar 300 inwoners hebben. Dus zoveel patiënten zouden we daar niet tegen
komen. In de kerk hielden we een spreekbeurt. Toen bleek dat alle aanwezigen
zich wilden laten registreren. Dat waren er 72. Ik vroeg aan het dorpshoofd,
hoe het toch kon, dat zo'n groot deel van het dorp oogproblemen zou hebben.
Maar het dorpshoofd vertelde dat hij ons wilde helpen en heeft dorpen uit de
hele omgeving uitgenodigd. Het dorpshoofd vertelde verder dat in een dorp
vlakbij tot voor kort Ananas voor export naar Europa verbouwd werd. Maar
omdat Ananas uit Zuid Amerika goedkoper is, is men in het dorp overgestapt
naar Jatropha. Een boer die bezig was een fabriek op te zetten om benzine
uit Jatropha te halen is inmiddels overleden. Nu groeit die Jatropha zonder
dat iemand er naar om kijkt. Gelukkig had ik nog het telefoonnummer van de
Jatropha-expert. Ik heb het dorpshoofd het telefoonnummer gegeven, ze hebben
direct met elkaar een afspraak gemaakt. Op die manier kan het dorp weer een
gemeenschapskas opbouwen. Maar dat zal nog wel enige tijd gaan duren. In Uba
hadaka is ook een ziekenhuis. 1 keer per maand gedurende 5 dagen komt ook
een hier een team van artsen, waaronder een oogarts. Maar ook een
verloskundige. Wij hebben met haar een lang gesprek gevoerd. Ze meende dat
wij veel scholen zouden moeten bezoeken om de leraren en leerlingen over
oogproblemen te onderrichten. De verloskundige wist dat er veel mensen in
Ghana zijn die oogproblemen hebben. Maar dat er zoveel zijn, wist ze niet.
Elimina
Onachtzaam heb ik een keer tegen Kumi gezegd, dat we niet alleen de
Christelijke gemeenschappen moeten zoeken maar ook de Moslims. Toen ik op
een gegeven moment met 3 kinderen in een kliniek was belde Kumi mij op. Hij
heeft een uitnodiging naar Elimina ontvangen en is daar nu al naar onderweg.
Toen ik vertelde dat we al genoeg te doen hadden, zei hij dat daar een
aantal moslims zouden zijn die we kunnen helpen. Die avond belde hij weer
op, hij heeft daar 35 mensen geregistreerd.
Tereza
Op een gegeven moment bezocht de nicht van Samuel mij. Ze bracht 5 kinderen
mee, die met Samuel bevriend zijn. Ze zei dat ze me wilde bezoeken om me te
troosten omdat Samuel op het internaat zit. En de kinderen dan in plaats van
Samuel met mij zouden kunnen spelen. De kinderen zijn tussen de 5 en 9 jaar
oud. Eén van de kinderen was de 5-jarige Tereza. Toevallig bleek toen dat de
kleine Tereza aan één oog scheel ziet. We besloten om samen met Tereza naar
de oogarts te gaan. Tereza werd onderzocht en daarna werd ons verzocht over
1 week nogmaals terug te komen. Toen ik 1 week later met Samuels nicht en
Tereza naar de oogarts wilde gaan, kwamen die 2 niet opdagen. Toen ik
opbelde, zei men tegen mij, dat Tereza naar school moet gaan in plaats van
in een kliniek te zitten en af te wachten. Het lukte mij niet om de ouders
ervan te overtuigen dat een bril belangrijker is, dan één dag niet naar de
kleuterschool te gaan.
Problemen
Tot dusverre hebben we nog steeds 132 patienten op onze lijst staan. Als dat
laatste Jatrophaproject zou beginnen en geld op zou leveren zouden zij voor
zichzelf kunnen zorgen. Maar dat zal helaas nog enige tijd duren. Natuurlijk
heeft al lang het verhaal de ronde gedaan dat wij spreekbeureten in de
kereken hebben gegeven. Andere kerken uit de betroffen dorpen voelen zich
daardoor benadeeld. Een ander probleem is de wijze waarop wij onze patienten
uitkiezen, die als eerste aan de beurt moeten komen. Sommige patienten zijn
al 90 jaar oud. Zij moeten wachten tot degene aan de beurt zijn geweest die
nog in staat zijn te gaan werken. Tevens zijn veel operaties voor ons te
duur. Voor Europese begrippen zijn operaties daar zeer goedkoop. Echter voor
onze kleine organisatie kosten ze nog wel veel. Hoe kan je iemand vertellen
dat zijn operatie of bril te duur is, maar voor dat geld wel 5 andere mensen
kan laten behandelen?
Note:
Het verhaal van Maschenka heb ik niet op mijn website gezet om het vragen
van een gift. Maar mocht er toch behoefte zijn naar aanleiding van dit
verhaal haar te ondersteunen. neem dan met mij contact op, hoofdmenu,
contactpagina
Filippijnen:
Francisco Manayon kan zijn vrouw weer zien
‘Na zo vele jaren zag ik mijn vrouw eindelijk weer helder’
Ik ben boer. Toen ik negen jaar oud was moest ik aan het werk omdat mijn vader
overleed. Als oudste kind werd ik kostwinner van het gezin en daardoor kon ik
niet langer naar de basisschool. Dit was mijn bestaan tot ik mijn eigen gezin
had. In 1991, ik was toen 50, begon mijn zicht achteruit te gaan. In de eerste
instantie zag ik dat niet als een beperking. Het werd wat moeilijker, maar ik
kon mijn werk op de boerderij blijven doen. Ik bleef in het veld werken, maar
het gebeurde vaak dat ik per ongeluk op nieuw aangeplante rijst stapte. Soms
viel ik zelfs als ik met een zak rijst op mijn rug over het smalle pad langs het
rijstveld liep. De eigenaar zag dan de volgende dag de schade en dacht dat een
dronkaard op zijn veld gevallen was. Ik hield me stil, zodat hij dat bleef
geloven. In 1995 ging mijn zicht sterker achteruit. Uiteindelijk kon ik alleen
nog maar licht en schaduw onderscheiden en moest ik mijn werk als boer opgeven.
Ik besloot thuis te blijven en daar voor ons vee te zorgen. Mijn situatie maakte
me depressief, vooral toen mijn kinderen zich gingen afvragen of ik misschien
niet gewoon lui was. Ze konden niet zien dat ik ernstige oogproblemen had, want
mijn ogen zagen er normaal uit. Ik wou zo graag dat ik mijn kinderen kon
bewijzen dat het echt niet goed met me ging. Op 3 maart 2005 hoorde ik dat de
organisatie Resources for the Blind (RBI) een ogentest zou houden in onze wijk.
Mijn dochter moedigde me aan daar naartoe te gaan. Na het onderzoek kreeg ik het
advies zo snel mogelijk naar het kantoor van RBI in Cebu te gaan. Samen met mijn
vrouw ging ik er naartoe en daar werd geconstateerd dat ik aan beide ogen staar
had in een vergevorderd stadium. Op 6 april werd mijn rechteroog geopereerd en
zes dagen later mijn linker. Ik was enorm blij en dankbaar toen de dokter
uiteindelijk het verband van mijn ogen haalde. Ik kon helder zien! Na zo vele
jaren zag ik mijn vrouw eindelijk weer helder. Ik plaagde haar er mee. “Ben jij
dat? Je ziet er zo anders uit met die rimpels in je gezicht.” Het was net of ik
haar voor het eerst zag. En mijn drie jaar oude kleinzoon zag ik daadwerkelijk
voor het eerst. Het viel me op dat hij sterk op me lijkt. Ik nam de verwijderde
cataracten mee naar huis om ze aan mijn kinderen te laten zien. Nu waren ze
overtuigd en beseften ze welke moeiten ik heb moeten doorstaan. Het was
verhoring van mijn gebed!
MICROKREDIET
Maartje Bos destijds studente, ging in 2007 als vrijwilliger voor Norghavo (North Ghana Volunteers) naar Tamale in Ghana. Om een project op te zetten om blinden een microkrediet te verstrekken waarmee ze vervolgens een eigen bedrijfje kunnen opstarten. H.K.H. prinses Maxima, experte op het gebied van microkredieten zal trots op haar zijn denk ik. Hieronder volgt het verslag van Maartje Bos (Haarlen).
In Tamale wordt vrij veel gedaan voor de gehandicapten. Onder de blinden zijn
er echter nog steeds veel die bedelen op straat. Zij zijn genoodzaakt hun
kinderen als gids te gebruiken. Die kinderen verliezen daardoor hun kans op een
betere toekomst, omdat ze niet naar school gaan. Om deze vicieuze cirkel te
doorbreken, moet je dus iets veranderen aan de situatie van de ouders, zodat de
kinderen naar school kunnen. Ik vroeg me af: waarom bedelen de ouders nog
steeds, terwijl er al veel voor hen geprobeerd is? Er bleken twee belangrijkste
redenen te zijn. Ten eerste weten ze niet hoe ze hun eigen bedrijf moeten
managen. Ten tweede zijn deze blinden vaak het slachtoffer van bedrog. Het geld
om de lening terug te betalen wordt ingezameld door een figuur, dat er met het
opgehaalde geld vandoor gaat.’
Volgens een blinde vrouw waar Maartje Bos nauw mee samenwerkt op het Resource
Centre moeten de blinden eerst een managementtraining krijgen. Daarna zouden ze
met een lening de tijd en de kans moeten krijgen om iets voor zichzelf op te
zetten. Zo ontstond het idee van microkrediet. De deelnemers krijgen één jaar
de tijd om hun lening met rente terug te betalen. Ze zijn verantwoordelijk als
groep, als iedereen heeft terugbetaald kunnen ze opnieuw een lening ontvangen.
Na 3 jaar zouden ze een bedrijfje draaiend moeten kunnen houden. De rente die ze
hebben opgebouwd is voor hen, alleen het start bedrag wordt uiteindelijk geïnd
door het managent team, wat dan weer gebruikt kan worden om een nieuwe groep te
helpen. ‘Om te beginnen hebben we 15 deelnemers geselecteerd. Ze moeten iets
kunnen produceren of een goed business idee hebben. Ik heb alle deelnemers
geïnterviewd om inzicht te krijgen in hun familiesituatie, eigen financiën,
motivatie en vaardigheden. Heftige verhalen, maar goed om een beeld te krijgen.
Een gescheiden vrouw heeft bijvoorbeeld 6 kinderen om te onderhouden met een
inkomen tussen de 0,50 eurocent en 2 euro.’
Voorbeelden van bedrijfjes waarmee men wil starten zijn zeep maken en het
produceren van pindakaas. Omdat de deelnemers hun bedrijfje aan huis starten,
zal er altijd wel iemand in de buurt zijn die een oog kan houden op de dingen
die zij niet kunnen zien. ‘We moeten realistisch zijn en inzien dat onze
deelnemers nou eenmaal beperkingen hebben Daarom is iedere deelnemer verplicht
om een familielid of vriend aan te stellen die voor hen garant staat en hun
assisteert waar nodig (vooral in de boekhouding). Buiten schooltijden helpen hun
kinderen met het verkopen van de producten.’
‘Voordat ik naar Ghana ging, heb ik binnen mijn eigen netwerk geld ingezameld.
Met dit geld kan het project opgestart worden en kunnen 15 mensen geholpen
worden aan een microkrediet. Het mooie van microkredieten is, dat het geld weer
terug komt om een nieuwe groep mensen te kunnen helpen. Dit zal echter drie jaar
duren.’ Om het managementteam een eerlijk ‘loon’ te geven, de continuïteit van
dit project te waarborgen én uit te breiden naar andere groepen gehandicapten,
is er geld nodig. Met 50 euro wordt een deelnemer aan een lening geholpen (de
administratie- en salariskosten zijn in dit bedrag niet inbegrepen).
TRAINING
De tweedaagse professionele managementtraining heeft ondertussen plaatsgevonden.
Maartje: ‘Geweldig om de deelnemers zo gemotiveerd, gelukkig en dankbaar te
zien! Ze hadden een actieve inbreng, wisten goed te verwoorden wat er werd
besproken. Je zag hun zelfvertrouwen groeien door de complimenten die ze
kregen.’ Omdat er al veel geprobeerd is voor hen, beseffen ze dat dit een kans
voor hun is, die ze moeten pakken. Mede door de band die Maartje met hen heeft
opgebouwd, zijn ze vastberaden om de lening terug te betalen. Wat begon als een
klein initiatief, begint steeds serieuzere vormen te krijgen. Het managementteam
is inmiddels aangesteld, met de eerder genoemde blinde vrouw als coördinator.
‘Voordat we gaan uitbreiden, moet er eerst een goede basis zijn. Daarom ga ik
samen met de coördinator een controlesysteem opzetten en een rapport schrijven,
zodat er duidelijke richtlijnen zijn voor het managementteam en een nieuwe
vrijwilliger de draad verder kan oppakken. Het Resource Centre wil het project
zelf draaien (met hulp van een vrijwilliger), maar het geld dat ingezameld
wordt, blijft via Norghavo lopen. Norghavo kan zo een controlerende en
adviserende rol blijven spelen. Het managementteam moet elk kwartaal
schriftelijke verantwoording afleggen aan Norghavo.’
Cambodja:
Noun Sok: van leerling naar leraar
Als je Noun Sok voor het eerst tegenkomt zal je verbaasd staan van zijn eeuwige
glimlach en zijn sterke wil om te vertellen. Hij vertelt je graag zijn
persoonlijke verhaal en zijn vreugde om iets te kunnen leren. Hij heeft een
nieuwe wereld ontdekt dankzij Krousar Thmey en nu is hij trots om zijn kennis
weer over te dragen aan de blinde leerlingen van de school in Kampong Cham.
Sok is 22 jaar en het tweede kind in een familie van 4 broers en 1 zus. Hij kan
zich herinneren dat zijn moeder vertelde dat hij blind is geworden door
mishandeling van zijn natuurlijke vader. Maar in werkelijkheid heeft zijn vader
het gezin verlaten toen zijn moeder in verwachting was van hem. Ze was zo
depressief, dat ze heeft geprobeerd om een abortus te plegen met behulp van
traditionele medicijnen en massage. Dit mislukte en er ontstond blindheid.
Sok heeft zijn jeugd doorgebracht bij de Angkor tempels in Siem Reap. Omdat zijn
familie erg arm was bracht hij de dag door met het spelen op een fluit om
daarmee geld te verdienen. Hij schaamt zich voor deze periode uit zijn leven,
toen hij moest leven van gebedel en werd geslagen door zijn familie.
Op een dag toen hij aan het bedelen was ontmoette hij Benoit Duchateau Arminjon,
de oprichter van Krousar Thmey. Benoit zei hem dat hij naar school moest gaan om
alles te leren wat ziende kinderen ook leren. Eerst durfde hij niet, maar Benoit
drong aan en uiteindelijk ging hij mee. Die dag heeft zijn leven veranderd!
Sok was 12 jaar toen hij voor het eerst naar school ging. Het was in het begin
erg moeilijk voor hem om zich aan te passen en iets te leren. Gelukkig steunde
Krousar Thmey zijn familie financieel. Elk jaar ging Sok zijn familie bezoeken.
Zijn ouders waren verbijsterd van alle nieuwe dingen die hij leerde. Eindelijk
konden ze ook een beetje trots zijn op hun zoon.
Na een paar jaar, was Sok een van de beste studenten op school. Hij bleef geen
enkele keer zitten en leerde zelfstandigheid. Zijn droom is om muziekleraar te
worden. Sok was erg getalenteerd en kon zeven verschillende traditionele
instrumenten bespelen. Toen hij klaar was met school werd zijn droom
werkelijkheid en was hij niet meer leerling van Krousar Thmey, maar leraar! Op
dit moment voert hij met grote passie zijn vak als muziekleraar uit op de
Kampong Cham School.