SPORTEN GEWOON GEZOND EN LEUK OM TE DOEN!
Voor je lol alleen de straat op
gaan met je herkennings- of taststok, doe je niet zo gemakkelijk. Als je niks of
slecht ziet, kost het je veel concentratie en energie om je weg te vinden. Toch
is het opdoen van veel ervaring ontzettend belangrijk voor het zelfvertrouwen en
vergroten van je eigen vaardigheden. Een leuke of interessante
vrijetijdsbesteding kan dan ook een goede uitdaging zijn om er op uit te
trekken. Een sport kan zo'n uitdaging zijn. Sporten waarbij je actief beweegt,
dragen bovendien bij tot een betere oriëntatie en mobiliteit.
Goalball en Showdown, de twee specifieke sporten voor blinden en slechtzienden
doen bijvoorbeeld in een sterke mate beroep op je gehoor. Het luisteren naar,
het lokaliseren van en het reageren op het geluid van het belletje in de
speelbal. Zoals met alle sporten zal dit door oefening steeds beter gaan en dan
zal je het ongemerkt in de dagelijkse mobiliteitspraktijk kunnen toepassen.
Zeker bij goalball is het belangrijk je te oriënteren in de ruimte. Waar bevind
je je ten opzichte van de medespelers en ten opzichte van de tegenpartij. Waar
ga je de bal heen rollen om te scoren? Hoe verdedig je het doel zonder in botsing
te komen met anderen of jezelf te blesseren? Zo ben je spelenderwijs bezig met
oriëntatie in de ruimte. Bij showdown komt het aan op oriëntatie op de vierkante
cm. De harde bal gaat razendsnel heen en weer en van links naar rechts. Elke
spiervezel is gespannen en klaar voor actie en reactie. Een goede oefening
tussen waarnemen en motoriek.
Concentratie is een tweede belangrijk aspect van dergelijke sporten. Het
concentreren op bepaalde geluiden en dit vasthouden, ook al stort de wereld om
je heen in. Het oefenen van luistervaardigheid en concentratie in een dynamische
omgeving, leidt altijd tot resultaat. Binnen, maar ook buiten het sporten.
Naast de specifieke kunnen ook algemene sporten bijdragen aan het oriëntatie- en
concentratievermogen, aan de ontwikkeling van behendigheid, kracht en
uithoudingsvermogen. En sporten is natuurlijk ook gewoon erg leuk om te doen. Of
je dit nou met andere blinden of slechtzienden doet, of in teamverband met
goedzienden. Er zijn zoveel mogelijkheden, ook al als je denkt dat het niet kan.
Naast goalbal en showdown beschrijf ik hieronder een aantal takken van sport en
hoe het ook kan.
GOALBALL
Goalbal
is een teamsport die uitsluitend beoefend wordt door atleten met een visuele
beperking. Het werd in 1946 ontwikkeld door de Oostenrijker Hanz Lorenzen en de
Duitser Sepp Reindle, ter revalidatie van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog
met een visuele handicap. De sport staat onder auspiciën van de International
Blind Sport Federation (IBSA). In 2008 werd de sport wereldwijd in meer dan
vijftig landen beoefend.
In 1976 stond goalbal voor het eerst op de kalender van de Paralympische Spelen.
In het Canadese Toronto was het nog een demonstratiesport. Oostenrijk pakte het
goud, voor West-Duitsland en Denemarken. Vier jaar later - toen de sport op de
officiële paralympische kalender prijkte - wisten de Duitsers wel de gouden
medaille te veroveren. De ploeg eindigde voor de Verenigde Staten (zilver) en
Nederland op de eerste plaats. In 1984 werd het paralympische toernooi ook
opengesteld voor vrouwen. De Verenigde Staten eiste de gouden medaille op.
Hoe wordt goalbal gespeeld?
Goalbal wordt gespeeld door twee teams van drie spelers, met maximaal drie
wissels per team. De spelers dragen tijdens de wedstrijd blinderingsmaskers,
zodat personen met verschillende visuele handicaps samen kunnen spelen. Het spel
bestaat uit twee helften van tien minuten. Goalbal wordt gespeeld op een
rechthoekig veld, van achttien meter lang en negen meter breed. Beide
speelhelften worden door twee lijnen in drieën verdeeld. De lijnen zijn
tastbaar, zodat de spelers weten waar ze zich in het veld bevinden.
Het doel is over de volle breedte van het veld. Het gaat erom een bal in het
doel van de tegenstander te rollen, terwijl de verdedigende spelers proberen de
bal met hun lichaam te blokkeren. Doordat in de bal een belletje is bevestigd,
kunnen de spelers horen waar de bal zich bevindt en welke richting hij gaat.
Tijdens het spel wordt volledige stilte vereist in de omgeving van het
speelveld, zodat de spelers zich optimaal kunnen concentreren en adequaat
reageren.
Paralympics Goalball - Finale 2008 China vs. Litouwen
De spelers moeten de bal onderhands gooien. Een geworpen bal moet het veld raken
voor deze de middellijn passeert. Zodra het verdedigende team in balbezit komt,
moet de bal binnen acht seconden worden gespeeld. Iedere speler mag niet meer
dan dan twee opeenvolgende worpen voor zijn rekening nemen. Voor het overtreden
van de regels kunnen persoonlijke en teamsancties worden toegekend.
De ploeg die na twintig minuten speeltijd de meeste goals heeft gemaakt, is de
winnaar. Staat er aan het eind van de reguliere speeltijd een gelijkspel op het
scorebord, dan wordt de wedstrijd met twee periodes van drie minuten verlengd.
Als de stand daarna nog gelijk is, worden vrije worpen genomen.
SHOWDOWN
Deze
sport is bedacht door de Canadian National Institute for the Blind in Vancouver,
BC, Canada. Het werd geïntroduceerd in Nederland in 1980 tijdens de Paralympics
in Arnhem. Hier heeft de Canadian National Institute for the Blind de sport
komen promoten.
Showdown is een van de weinige sporten die visueel gehandicapten individueel
kunnen beoefenen. Het wordt beoefend in een bak (een tafel van 3.66 x 1.15
meter) met recht opstaande randen van. Aan de twee korte kanten van de tafel zit
een gat waarin de rinkelende bal moet worden geslagen om te scoren. Het wordt
geheel op gehoor en gevoel gespeeld. In de speelruimte moet het dan ook volledig
stil zijn, niemand mag tijdens de partij de speelruimte in of uit. De speler
slaat met een kunststof of houten bat. Aan deze sport kunnen ook zienden nemen
deel; alle spelers dragen een geblindeerde skibril, zodat iedereen gelijk aan
elkaar is. Als er een doelpunt wordt gemaakt, wordt dit beloond met 2 punten.
Als de bal uit de tafel vliegt of als er andere fouten worden gemaakt,krijg je
een punt tegen. Degene die als eerste 11 punten heeft, is de winnaar van de set.
Het wordt 1 tegen 1 gespeeld. (Hierop zijn varianten mogelijk) Het is een snelle
en flitsende sport.
In de Showdownsport worden ook kampioenschappen gehouden, zoals competitie,
NK's, EK's en WK's.
GOLF
Ronald
Boef is 29 jaar, woont in Bovenkarspel en is blind geboren, met de erfelijke
aandoening Amaurosis van Leber. Hij besloot in 1995
te gaan golfen en al snel bleek Ronald een groot talent. Ronald heeft in 1997
zijn GVB gehaald en door keihard trainen en regelmatig wedstrijden te spelen
heeft hij op dit moment handicap 23,5.
"Bij ons in de straat woonde één van de oprichters van Golfclub Westwoud. Hij
zag op de BBC een programma over hoe blinden leerden golfen en dacht meteen aan
mij." Rein, zijn vader: "Tien jaar geleden belde hij: of ik Ronald niet langs
wilde sturen voor een golfles. Ik gooide van schrik meteen de hoorn op de haak.
Golfen, daar kon ik me echt niets bij voorstellen." Ronald: "Na één les was ik
enthousiast en wilde ik de uitdaging aan. Toen bleek dat de golfclub achter onze
rug om sponsors had geregeld. Hartstikke fijn."'Aanvankelijk stond ik met mijn voeten in een houten mal.' Golfen zonder dat je
je ogen kan gebruiken, lijkt een onmogelijke opgave. Lijkt, want Ronald Boef
bewijst het tegendeel. De blind geboren Noord-Hollander is de enige blinde
wedstrijdgolfer van Nederland en een van de weinigen in West-Europa. Hij heeft
de ambitie wereldkampioen golfen voor visueel gehandicapten te worden. 'Het is
het resultaat van heel veel trainen. En doorzetten.'
'In de eerste drie tot vier jaar heb ik alleen maar tegen een balletje kunnen
slaan.' Omdat Boef nooit iets heeft kunnen zien, was het voor hem heel lastig om
de essentie van golf te doorgronden. Een bunker, een boom als obstakel: voor hem
waren het geen vanzelfsprekendheden, maar nieuwe ervaringen. Voor hij aan het
baanwerk toe was, moest hij keer op keer de bal wegslaan, om letterlijk te
voelen hoe dat moest. 'De eerste tijd stond ik met mijn voeten in een houten
mal. Zo was de afstand tussen mijn voeten en de bal altijd gelijk. Nu gebruik ik
die mal niet meer.' Bijgestaan door zijn vader doet de inwoner van Bovenkarspel
negentig procent zelf. 'Mijn vader reikt de club aan en brengt me naar de bal.
Dat is alles. Op de green bepaal ik via het aantal stappen de afstand tussen bal
en vlag. En op de terugweg voel ik of het terrein oploopt of afloopt.'
Hij traint onder supervisie van zijn coach Golf Professional Peter Clark en
onder begeleiding van zijn vader Rein, die tevens zijn caddy is. Ronald heeft in
het verleden al een aantal belangrijke toernooien gespeeld, waar hij goede
resultaten boekte.
WIELRENNEN
Hieronder volgt een interview met Jan Mulder, Neerlands bekendste visueel
gehandicapte wielerfanaat, oud wereldkampioen, oud Europees Kampioen en oud
Olympisch kampioen. Het is een vrij gedateerd interview, maar daarom niet minder
interessant, op geheel eigen wijze ingevuld door Jean Nelissen.
Bron:
mrtandem.nl & "Topsporters over hun passie"
Jan Mulder Een fanatiek wielrenner
De kampioen van de wilskracht
die zijn handicap overwon.
Jan Mulder start na Sydney 2000
in historische monsterraces.
Tours aan de Loire in Frankrijk, oktober 1988.
Een mooie nazomerse dag. Op de oude Avenue de Grammont schijnt de zon tussen de
hoge bomen. Maar tegen de avond steekt een noodweer op boven de stad en wordt
Tours in een ommezien in duisternis gehuld. In het schemerduister stormt op de
Avenue de Grammont een groep tandems over de finishlijn. De mannen op één van de
tandems dragen een oranjeshirt en flitsen als eersten over de streep. Achter op
de fiets zit Nederlands meest prominente tandemrijder Jan Mulder uit Twello,
visueel gehandicapt. Hij klimt van zijn tandem, loopt naar de perstribune en
vertelt over zijn sport. Een ambassadeur in den vreemde. Op zoek naar erkenning.
Zijn gezichtsvermogen is nog maar vijf procent, maar zijn ambitie is van
Olympisch niveau. Dat is herkenbaar bij gedreven mensen, die pal staan voor wat
ze willen. Wilskracht is trouwens een van de beste kwaliteiten in een duursport
als wielrennen. Heb je geen sterk karakter, dan kun je niet meedingen. Twee jaar
na de ontmoeting in Tours wordt Jan Mulder in Saint Etienne wereldkampioen op de
weg en wereldkampioen in de achtervolging op de baan. Daarna volgen de successen
elkaar in snel tempo op. Tijdens de Paralympics in Barcelona in 1992 behaalt hij
met voorrijder Richard Beumer goud in de tijdrit op de weg. Zij leggen de 52
kilometer af in iets meer dan een uur en halen de gemiddelde snelheid van 50
kilometer en 400 meter. Dit moyenne geeft aan dat deze gehandicaptensport zich
op hoog niveau ontwikkeld heeft. In de grote Tour de France slaagde pas in 1979
voor het eerst een renner erin solo boven vijftig kilometer per uur te rijden.
Dit presteerde de Amsterdammer Gerrie Knetemann, die tijdens de Tourproloog in
Fleurance vijftig kilometer en 58 meter haalde.
Jan Mulder traint 's winters tot 25 uur per week. 's Zomers maakt hij nog meer
uren op zijn fiets. Vandaar dat hij halve dagen werkt als personeelsconsulent in
de gemeente Voorst. De rest van zijn tijd gaat op aan training en voorbereiding.
'Ja, ik ben fanatiek bezig', beaamt Jan Mulder, 'het moet ook wel want de
internationale concurrentie is hevig. Voordat ik naar mijn werk ga zit ik 's
ochtends op de hometrainer. 's Middags train ik op de weg. Kilometers maken,
tussen door intervaltraining'. In Spanje bijvoorbeeld, sponsort de multinational
ONCE (Organizacion Nacional de Ciegos Espanoles), die ook een profploeg (met
Laurent Jalabert en Abraham Olano) onderhoudt, liefst veertig tandems. De
ex-prof Faustino Ruperez is leider van het project. De valide voorrijders zijn
in vaste dienst bij ONCE. De Spaanse blindenorganisatie verschaft 30.000 mensen
werk. In 1996 verkocht ONCE voor méér dan zeven miljard gulden aan loten in de
stalletjes die op bijna elke hoek in de Spaanse steden te vinden zijn. ONCE
beheerst eenderde van de particuliere loterijmarkt in Spanje en bezit dertig
filialen een hotelketen, een televisiestation(Télé 5), een radiostation (Onda
Cerro), een fabriek die veiligheidsgordels maakt en het eiland Santa Margarita
bij Venezuela. Deze onderneming heeft dus besloten een gooi te doen naar de
hegemonie in de wielersport voor gehandicapten. En dat merkte Jan Mulder tijdens
de Ronde van België toen hij tegen de coalitie van drie ONCE-teams moest rijden.
Want Mulder is de te kloppen man in de wedstrijden. Met 270 overwinningen in
tandem races met verschillende valide voorrijders, is de faam van de
personeelsconsulent uit Twello internationaal gevestigd. Liefst elf keer
zegevierde hij in de Grote Prijs van Frankfurt am Main. Na zijn successen in
Barcelona in 1992 behaalde Jan Mulder (met Pascal Schoots) vier jaar later
opnieuw goud tijdens de Paralympics in Atlanta. Ditmaal op de vier kilometer
achtervolging. Voor deze prestatie werd Mulder koninklijk onderscheiden, hij is
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Hij was 26 jaar en al zeven seizoenen met ruim zeventig gewonnen prijzen een
succesvol wieleramateur, toen hij in 1982 van zijn fiets duikelde in de Ronde
van Amersfoort. 'Ik keek om en reed met mijn voorwiel in een put, ik sloeg over
de kop en liep scheurtjes in mijn schedel op.' Het genezingsproces duurde lang.
Tijdens zijn revalidatie openbaarde zich een erfelijke oogziekte, een zeldzame
virusinfectie, de zogenaamde ziekte van Leber. Hoewel deze oogziekte in zeven
generaties bij zijn familie niet meer was voorgekomen, werd Jan Mulder erdoor
getroffen. In één jaar verloor hij bijna zijn gehele gezichtsvermogen. 'Ik heb
centraal voor mijn ogen een zwarte vlek en ik kan alleen in de hoeken nog ietsje
zien.' Jan Mulder werkte destijds als kandidaat-programmeur bij de
belastingdienst. Maar die baan moest hij opgeven. Dit gebeurde op een slecht
moment, want hij had juist een huis gekocht. Hij leerde in het Apeldoornse
revalidatiecentrum Het Loo Erf weer een beetje te leven. Hij studeerde braille
en leerde via diverse trucs om te gaan met zijn handicap. Drie jaar na zijn
ongeluk kwam zijn vriend Maas van Beek op het idee om deel te nemen aan een
tandem wedstrijd in Duitsland. Van Beek zou voor op de tandem plaatsnemen en Jan
Mulder als 'stoker' achterop. Het was wel even wennen. De twee rijders moeten
goed op elkaar ingespeeld zijn. Jan Mulder: 'Als mijn koppelgenoot niet meer
trapt, weet ik dat een bocht nadert, daar stel je je op in. Want je bent
absoluut afhankelijk van elkaar.' De wedstrijd in Duitsland eindigde meteen al
in een zege. Met Maas van Beek behaalde Mulder in 1990 ook zijn eerste
wereldtitel. Het ene avontuur volgde het andere op. Mulder reisde naar
Zuid-Afrika. Met Henri Brokers startte hij in de prestigieuze Argues Pick & Pay
Cycle Race, waaraan 426 valide tandemcombinaties deelnamen. Mulder en Brokers
wonnen de race met driehonderd meter voorsprong. 'Daar ben ik heel trots op',
zegt hij.
In de loop der jaren wisselden zijn voorrijders. Mulder heeft teamgenoten die
verschillende kwaliteiten hebben, Pascal Schoots, Patrick van Gortel, Jeremy
Eilander, Heerco Gorter en de schaatser Jeroen Straathof. Zijn echtgenote
Angelina traint ook regelmatig met hem. Angelina: 'Ik houd ook van sport en het
doet je goed om af en toe je conditie op te vijzelen.' Ze hebben twee kinderen,
een jongen van tien die schaatst en een meisje van zeven dat veel aan gymnastiek
doet en op Koninginnedag aan de dorpsloop deelnam. Een sportieve familie. Jan
Mulder: 'Wielrennen maakt mijn leven afwisselend en spannend, daardoor heb ik
voor een groot deel mijn handicap overwonnen. Zolang ik fiets hoef ik niet de
hele dag in een gesloten kantoorruimte te zitten en dat is mij veel waard.' De
gemeente Voorst steunde hem met extra verlofdagen en zijn sponsor, het
Amersfoortse bedrijf 4U-Training, dat opleidingen verzorgt voor professionals in
computernetwerken en datacommunicatie, maakt zijn deelname aan buitenlandse
wedstrijden mogelijk. Mulder: 'Ik rijd per seizoen ongeveer veertig wedstrijden
in de hele wereld. Dat kost veel geld. Ik moet dan ook schrapen in de marge om
te overleven. In de loop der jaren heb ik mij daarom aangewend heel zuinig te
leven en elk dubbeltje twee keer om te draaien. Wij vernieuwden ons meubilair en
verkochten het oude. We hielden er honderd gulden aan over en van dit bedrag
zijn we eens goed gaan eten.' Soms krijgt hij reisvergoeding, maar het is geen
vetpot. 'Ach', zegt hij, 'met veel overleg redden wij ons net. Maar ik ben nog
steeds op zoek naar sponsoren die iets zien in mijn sport, want wij combineren
op onze tandem toch drie factoren: samenwerken, vertrouwen en communicatie.'
Op weg naar de Paralympics in Sydney in 2000 traint Jan Mulder weer bezeten. Hij
hoopt nog eens goud te winnen. Maar hij vergeet ook de promotie voor de
aangepaste sporten in het algemeen niet. Als lid van de landelijke Commissie
Wielrennen van de NEBAS (Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten) stimuleert Jan
Mulder andere gehandicapten om op de tandem te klimmen. 'Veel visueel
gehandicapten denken dat de sport te duur is, maar via de NEBAS kunnen
kandidaten een subsidie van 4200 tot 6500 gulden aanvragen om een
wedstrijdtandem aan te schaffen. Ik hoop vooral jonge mensen voor het wielrennen
te interesseren. Je moet je dan veel inspanningen getroosten, maar je krijgt er
veel voor terug.' Sydney 2000 zal voor Jan Mulder voorlopig het keerpunt in zijn
carrière betekenen. 'Sydney wordt voor mij de omslag', zegt hij, 'ik blijf
fietsen, want ik heb nog grote doelen voor ogen.' Hij wil bijvoorbeeld de oudste
klassieker ter wereld Parijs-Brest-Parijs over 1200 kilometer gaan rijden.
Parijs-Brest-Parijs werd in 1891 voor het eerst gehouden met 221 deelnemers
waarvan 99 de finish haalden. De winnaar, de Fransman Charles Terront, legde
toen de 1200 kilometer af in 71 uur en dertig minuten, hetgeen een moyenne van
16 kilometer en 783 meter betekende. In die pionierstijd waren de wegen slecht
en de fietsen wogen zo'n twintig kilo. Een jaar later won de tot Fransman
genaturaliseerde Italiaan Maurice Garin de monsterrit. Garin won twee jaar later
de eerste Tour de France. Het is dus een historische wedstrijd. Jan Mulder:
'Dergelijke marathoninspanningen spreken tot mijn verbeelding.'
'Ik voel mij topsporter. Rijden op een tandem is zwaarder dan dat je solo op een
fiets zit vooral het klimmen kost veel kracht.'
Ook wil hij starten in een monsterrit van kust tot kust dwars door de Verenigde
Staten. Deze wedstrijd gaat over 3000 mijl, dat is 4827 kilometer. De vroegere
Zwitserse wereldkampioen op de weg Gilbert Glaus probeerde met zijn ritme: elf
uur fietsen, één uur slapen, de race zo snel mogelijk te volbrengen. Mulder: 'Na
vier dagen was hij uitgeput en moest hij de strijd staken. Je moet dus een
perfect inspannings-rust-ritme ontwikkelen. Je moet weten wat je lichaam kan
verdragen en dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd.' Hij is nu 42, maar
heeft dus nog grootse plannen. Ooit kocht hij in een huis-aan-huiskrant een
pagina advertentie ruimte en liep vervolgens middenstanders in de omgeving af om
hen over te halen op zijn pagina te adverteren. Want hij moest zijn kosten
dekken voor zijn buitenlandse wedstrijden. Anders had hij in Frankrijk nooit de
etappewedstrijd Loire et Cher vier keer kunnen winnen, of zilver kunnen behalen
in de achtervolging tijdens de wereldkampioenschappen in Colorado Springs of
kunnen zegevieren in het Open Belgische kampioenschap in Lommel.
In ruim dertig landen worden wielerraces voor visueel gehandicapten gehouden,
vooral in Frankrijk en Spanje. De reglementen zijn streng. Na afloop worden
dopingcontroles gehouden, waaraan zich ook de valide voorrijder moet
onderwerpen. Later, veel later, als hij te oud wordt voor zijn zware sport, gaat
hij misschien tekenen of schilderen. 'Het klinkt misschien vreemd uit mijn mond
omdat ik zo slecht zie.'
'Na de enorme lichamelijke inspanning creatief produceren, dat lijkt mij ook
heel mooi.'
ZEILEN
Zeilen
is heel tof! Dat gaat ook op als je een beperkt of geen gezichtsvermogen hebt.
Jan Schippers heeft veel ervaring in het zeilen met mensen met een visuele
beperking en weet hoe zij daarvan genieten. Na vele tochten met zijn Iroquois
ontstaat het idee om een schip te gaan realiseren dat geheel is aangepast aan
het zeilen met deze mensen. De keus valt op een zeer onalledaags ontwerp, dat
inmiddels in eigen beheer in aanbouw is.
In 1998 raakte Jan Schippers op de HISWA bij toeval verzeild op de stand van
Tricat Sailing Holidays. Het klikte meteen en ik heb bij deze organisatie met
veel plezier een flink aantal tochten meegezeild. Uiteindelijk heb ik via Tricat
een Iroquois Mk II gekocht waar zeilmaat Paul (een sportieve oudleerling) en ik
heerlijk mee zeilen. We nemen vaak gasten mee. Om deze gasten draait het nu
allemaal.
Door mijn werk als gymdocent bij Bartimeus in Zeist, een onderwijsinstelling
voor kinderen met een visuele beperking, heb ik jarenlang zeilkampen met deze
kinderen geleid. Ik heb steeds meer oog gekregen voor wat zij allemaal misten in
het dagelijkse leven en de extra inspanningen die zij zich moeten getroosten om
gewoon mee te kunnen doen. Ook zag hij al te vaak hoeveel zaken voor ons,
goedziende mensen, vanzelfsprekend lijken, en voor hen bijna of geheel
onmogelijk zijn. Tijdens deze zeilkampen constateerde Schippers dat zeilen in
principe heel goed mogelijk en toegankelijk is te maken voor mensen met een
visuele beperking. Natuurlijk zijn er daarbij ook beperkingen en is het soms
nodig om aanpassingen te doen.
Het standpunt is dat als je je iets extra's kunt veroorloven (dat is zeilen
eigenlijk ook) je daar je medemens (en zeker degenen met een niet te omzeilen
beperking) van moet laten meegenieten. Zo is de gedachte ontstaan om een
organisatie op te richten die het zeilen op groter water, met en voor mensen met
een visuele beperking, haalbaar en betaalbaar zou moeten maken. Zo is "Katjan
Toerzeilen" ontstaan, al een tijdje onder zeil met de Iroquois "Katjan". Dan
ontstaat de gedachte en later meen je zelfs de behoefte, aan een speciaal schip
voor mensen met een visuele beperking. Dat moet de "Blind Date" worden! Aldus
Jan Schippers.
Via Rudolf, de man die Katjan in conditie houdt en met schepen van alle markten
thuis is, leerde ik Jan Rob Denney en zijn "Harryproas" kennen. Deze schepen
leken in eerste instantie te voldoen aan de eisen die gesteld werden aan een
schip dat geschikt moest zijn voor mensen met een visuele beperking. Ruim,
stabiel, snel en waarschijnlijk goed verder aan te passen aan de doelgroep.
Voor iemand die niet zover van zich af kan kijken, of helemaal niets kan zien,
zijn mooie luchten, kusten, voorbijvarende schepen, vogeltjes en wolken niet zo
interessant. Zij moeten het immers hebben van horen zeggen en daardoor hebben
deze zaken veel minder impact op hen. Des te meer zijn zij gevoelig voor
opspattende golven, windwervelingen over en bewegingen van het schip,
indringende geluiden bij zeilwisselingen en zeilmanoeuvres. Zij worden immers
niet afgeleid door het visuele. De grote (ongeveer 80 m2) dek/trampolineruimte
is ideaal voor deze mensen om te zitten, te liggen en veilig te genieten van
snelheid, wind en water. Daar komt nog bij dat vrijwel alle mensen met een
visuele beperking grote problemen hebben met hun evenwichtsgevoel en zich daarom
op een bijna horizontaal varend schip veel beter thuis voelen dan op een
enkelrompschip.
Bron/Voor meer info:
www.zeilenmeteenvisie.nl
JOHAN CRUYFF UNIVERSITY
Manuel, derdejaars student opleiding Commerciële
sporteconomie, economie en management aan de Johan Cruyff University (JCU),
topsporter en slechtziend.“Het is een heel goede opleiding voor gehandicapte
sporters. Die zijn hier erg welkom. Ik moet er hard voor werken, maar het is erg
leuk.” Beschadigingen van het oog of in de hersenen kunnen leiden tot een
stoornis in het zien. De gevolgen van verschillende oogaandoeningen zijn divers,
zoals: minder scherp zien, beperkt gezichtsveld (leidt vaak tot problemen met
overzicht), beperkt diepte-inzicht, beperkte kleurwaarneming en beperkte licht-
donkeraanpassing. Blind of slechtziend zijn kan leiden tot communicatieproblemen
(missen van non-verbale informatie), problemen wat betreft veiligheid,
orientatie, lezen, schrijven, en het gebruiken van bepaalde voorwerpen. Elke
oogaandoening heeft verschillende kenmerken. Niet iedere slechtziende ziet
hetzelfde. Daarom is het belangrijk studenten over hun persoonlijke ervaringen
te laten vertellen.
“Bewustwording is een langzaam proces. We merken dat naarmate meer studenten met
een handicap hier studeren men meer rekening gaat houden met eventuele
beperkingen van studenten.” Tijdens de studie kunnen problemen ontstaan bij de
volgende studieactiviteiten: tentamens maken, computergebruik, bestuderen van
het lesmateriaal, college volgen, individuele werkstukken, papers/scripties,
deelnemen aan werkgroepen, practica/ veldwerk/ stage. “Eigenlijk hebben we
alleen positieve ervaringen. Uiteindelijk geeft het een goed gevoel om iemand te
helpen, op wat voor manier dan ook. Zelf kregen we ook een beetje inzicht in hoe
het is om een beperking te hebben.”
De HEAO-opleiding (commerciele economie) van de JCU is zo georganiseerd, dat
topsport en studie prima met elkaar te combineren zijn. De JCU levert een
hoogwaardige en flexibele opleiding op maat, waarbij de student en zijn/haar
topsportcarrière centraal staan. Alle topsporters kunnen aan de JCU te studeren.
Daarom voert de JCU een actief beleid ten aanzien van het opleiden en begeleiden
van topsporters met een lichamelijke beperking. Het curriculum is gericht op
integratie van sporters met en zonder lichamelijke beperking.
Manuel
Manuel, topsporter middellange afstandsloper (1500 meter) is vanaf zijn geboorte
slechtziend. Als kind kon hij nog fietsen en voetballen, maar zijn zicht werd
langzaam maar zeker minder. Manuel wilde fysiotherapeut worden, maar met het oog
op zijn slechte gezichtsvermogen was dat te ingewikkeld. Hij besloot een
opleiding voor Sociale Dienstverlening te gaan volgen. Ook dat beroep bleek in
de praktijk moeilijk uitvoerbaar vanwege alle formulieren waarmee je te maken
hebt. Daarna koos Manuel voor de Johan Cruyff University waar hij het erg naar
zijn zin heeft.
“Het is een heel goede opleiding voor gehandicapte sporters. Die zijn hier erg
welkom. Er is een goede sfeer en een grote saamhorigheid, want iedereen zit in
hetzelfde wereldje. De medestudenten hebben begrip voor mijn slechtziendheid en
ik word niet anders behandeld dan de anderen. Je krijgt alle medewerking van
docenten, medewerkers, mentoren en de coördinator SHDT. Dit betekent Studeren
met een Handicap Dubbele Topsport. De coordinator, Brechtine regelt ook vaak
zaken met docenten. Ik moet er hard voor werken, maar het is erg leuk.”
“Ik train dagelijks. ’s Middags in m’n eentje en ’s avonds in clubverband. Twee
keer per week ga ik naar school. Ik reis per trein en heb het geluk dat de
opleiding vlakbij het station gehuisvest is. Elk kwartaal werken we een dag per
week aan een proftaak. Op dit moment gaat het over accountmanagement en
relatiebeheer om vrijwilligerswerk in een sportorganisatie te promoten. Aan zo’n
proftaak werk je samen aan met een kwartaalgroep. De opdracht van dit kwartaal
is dat we een evenement moeten organiseren.”
Eens per week neemt Manuel zijn studieplanning door met coördinator Brechtine.
Vanwege zijn drukbezette leven is het moeilijk overzicht te houden over zijn
studie. De coördinator maakt steeds een verslag van zijn studieplanning en
stuurt dat naar hem. “Alle studenten hier sporten op nationaal niveau. De Johan
Cruyff University is een van de weinige opleidingen die je kunt combineren met
topsport.”
Knelpunten
“De tijdsdruk is het grootste knelpunt. Lezen gaat bij mij langzaam, de studie
kost mij veel meer tijd. Een ander knelpunt is het voorbereiden van tentamens.
Ik moet bijvoorbeeld zorgen dat er sheets gebruikt worden die leesbaar zijn. Ik
heb ook privé-bijles gehad van een klasgenoot en van vrienden. Die lessen werden
vanuit het project Studeren met een Handicap Dubbele Topsport vergoed. In het
eerste jaar waren er twee studenten die me hielpen met kopiëren, aantekeningen
maken en informatie van het intranet halen. Inmiddels beschik ik over aangepaste
software zodat ik deze activiteiten zelfstandig kan uitvoeren.”
Voorzieningen en aanpassingen
Manuel maakt gebruik van een laptop met aangepaste softwareprogramma’s voor
braille en spraak, en een brailleleesregel. Die laptop heeft hij altijd en
overal bij zich. De ICT-vakken zijn aangepast. Het programma Excel
(cijferprogramma’s/schema’s en berekeningen) ziet er in braille anders uit. Een
docent van het blindeninstituut Sonneheerdt leerde hem hier mee omgaan. Dit
onderdeel van de studie wordt door het UWV betaald.
Stage en toekomst
“Ik ga waarschijnlijk stage lopen bij mijn eigen atletiekclub DAK in Drunen. Ik
heb er echt zin in, want nu is het onderhand tijd voor de praktijk”. Als hij
afgestudeerd is kan hij aan de slag als sportmanager of –marketeer bij een
sportorganisatie.
Coordinator Brechtine (van de Johan Cruyff University)
Topsport en studeren met een handicap: een enorme uitdaging Brechtine is, naast
docente Spaans, coördinator van het project Studeren met een Handicap Dubbele
Topsport (SHDT). Dit project is in 2002 aan de Hogeschool van Amsterdam gestart
met als doel gehandicapte topsporters te ondersteunen bij de zware combinatie
topsport, studie en handicap. Een ander belangrijk doel is de integratie tussen
sporters met en zonder handicap te verbeteren. Het project SHDT wordt financieel
mogelijk gemaakt door luchtvaartmaatschappij KLM en uitzendorganisatie Adecco.
Ze stellen niet alleen geld beschikbaar, maar ook stageplaatsen. Daarnaast
verzorgen ze gastcolleges. Brechtine heeft wekelijks een gesprek met student
Manuel om zijn studieplanning door te nemen. Daarnaast regelt ze zaken die met
zijn studie samenhangen.
Intensieve begeleiding
Aan de JCU studeren verschillende studenten met een handicap.
“We proberen problemen die voort komen uit beperkingen al aan het begin van de
studie in kaart te brengen. Regelmatig blijkt dat je van te voren moeilijk kunt
inschatten hoeveel tijd je aan de begeleiding van een student kwijt bent. Iedere
student met een handicap heeft weer andere begeleiding nodig. Het gaat beslist
om maatwerk. Het maakt veel uit of iemand in een rolstoel zit, slechtziend is of
een chronische ziekte heeft. Gebleken is dat studenten in een rolstoel, relatief
weinig extra begeleiding nodig hebben. Onze gebouwen zijn goed toegankelijk voor
mensen met een rolstoel.
Bij studenten die chronisch ziek zijn of studenten met beperkte energie, steken
we veel tijd in peptalk. Echt grote aanpassingen in het studieprogramma hebben
ze meestal niet nodig. Alleen extra tentamen- en studietijd. Blinde en dove
studenten hebben de meeste ondersteuning nodig. In dit geval stuit ik regelmatig
op zaken waar ik vooraf nooit bij nagedacht heb. Zo is het voor visueel
gehandicapte student Manuel onmogelijk om tabellen te lezen op het beeldscherm.
Hoe los je dat op binnen het onderwijsprogramma? Over die kwestie voeren we
overleg met de docenten. Voorts hebben we speciale leermiddelen aangeschaft,
zoals gesproken boeken op cd-rom en Engelse, Spaanse en Nederlandse
spraakprogramma’s. Tentamens worden nooit schriftelijk afgenomen, maar digitaal
of mondeling.”
Mentor en rolmodel
“Bijzonder is dat een deel van de studentenbegeleiding gedaan wordt door
afgestudeerd econome en toprolstoeltennisster, Esther Vergeer. Zij is als geen
ander ervaringsdeskundig als het gaat om het combineren van sport, studie en
handicap. Omdat ze op veel terreinen dezelfde ervaring heeft als de studenten
met een beperking, maakt dat de drempel om dingen aan haar te vragen lager. Ook
krijgen wij door haar wereldwijd veel publiciteit. In interviews draagt ze
altijd onze boodschap uit.”
Medestudenten
Studenten aan de JCU kunnen ook gebruik maken van het mentorenproject, dat
betekent dat ze steun krijgen van medestudenten. Zo krijgt Manuel ondersteuning
van derdejaarsstudent Nathaniel. Nathaniel helpt Manuel onder andere met het
zoeken van informatie op het internet, het maken aantekeningen tijdens colleges
en het verzorgen van de lay-out van zijn werkstukken. Nathaniel krijgt van de
Hogeschool van Amsterdam een kleine vergoeding voor zijn werk.“Dat lijkt misschien vreemd. Maar we hebben gemerkt dat onze studenten zich
vrijer voelen een medestudent in te schakelen als die betaald krijgt voor zijn
hulp.”
Checklist
“Om de studenten optimaal te kunnen begeleiden, hebben we het afgelopen jaar een
uitgebreide checklist opgesteld. De checklist bestaat uit een bouwkundig deel en
een onderwijskundig deel. We inventariseren of de tafels voor rolstoelgebruikers
de juiste hoogte hebben en of rolstoelgebruikers het kopieerapparaat kunnen
bedienen vanuit hun rolstoel. We kijken ook naar zaken als de tijdsduur van
tentamens voor studenten met beperkte energie en of bepaalde vakken
mogelijkheden bieden om de aanwezigheidsplicht te versoepelen.” De checklist
geeft duidelijke handvatten, laat zien waar de grootste problemen zijn en waar
de JCU zich op moeten richten.
Betere informatie
De JCU heeft zich ook gericht op een verbetering van de informatievoorziening.
Er bleek weliswaar veel informatie voor studenten met beperkingen te bestaan,
maar die werd nogal versnipperd aangeboden. Bovendien heeft de JCU het afgelopen
jaar veel energie gestoken in de ontwikkeling van GO, het intranet waar alle
informatie gebundeld is. Op het intranet kunnen studenten informatie vinden over
de studie, tips om het studeren eenvoudiger te maken, fondsen en informatie over
hun rechten en plichten. Voor docenten is een speciale site gemaakt waarop tips
voor het lesgeven aan studenten met een handicap staan.
Bewustwording
Ander aandachtspunt is bewustwording. “Als docenten en medewerkers van het
instituut zich bewust zijn van de drempels waar studenten met een handicap mee
te maken krijgen, kan dat het studeren voor onze studenten eenvoudiger maken.
Bewustwording is een langzaam proces. We merken dat naarmate meer studenten met
een handicap hier studeren men meer rekening gaat houden met eventuele
beperkingen van studenten.”
De JCU wil ook meer begrip en kennis kweken bij de niet-gehandicapte studenten.
De opleiding wil sport en handicap integraal deel uit laten maken van het
curriculum. Bijvoorbeeld door cases uit de gehandicaptensport als voorbeeld op
te nemen in het lesmateriaal en studenten stage te laten lopen in de
gehandicaptensport. Dit alles in de hoop dat er meer contact ontstaat tussen
studenten met en zonder beperkingen, met als resultaat dat de gehandicaptensport
in de toekomst hoger op de agenda wordt geplaatst.
Topplekken
Inmiddels is een aantal nieuwe studenten met een beperking gestart aan de JCU.
Als het nodig is, kunnen studenten met een handicap begeleiding krijgen bij de
overgang van opleiding naar werk. Het idee leeft dat studenten, die immers
allemaal worden opgeleid voor bestuurs- en managementfuncties in de sport,
straks op topplekken bij sportorganisaties terecht komen.
Medestudent als mentor
Ook Nathaniel studeert aan de Johan Cruyff University. Hij volgt de HEAO
opleiding Commerciële Sport Economie, samen met zijn tweelingbroer Nathan.
“Samen hebben we Manuel, een visueel gehandicapte student, geholpen. Het was
voor ons de eerste keer dat we een student met beperkingen hebben begeleid in
zijn studie.” Manuel heeft in zijn vorige studie geleerd om te gaan met colleges
volgen, aantekeningen maken, enzovoorts. “Wij hielpen hem hierbij natuurlijk
ook. De opleiders zorgden bovendien dat ze de collegesheets naar Manuel mailden
of op het intranet zetten. Het grootste knelpunt was naar mijn mening het
uitvoeren van opdrachten die erg visueel waren. Zo moesten we met
computerprogramma’s werken, zoals Microsoft Excel en SPSS, die erg visueel
ingericht zijn.” Nathaniel bood hem vooral ondersteuning bij bestanden van het
internet halen, aantekeningen maken en bestanden zoeken op het internet.
Wekelijks ging daar een tot twee uur inzitten. Soms iets meer. “Ik vond het niet
moeilijk om Manuel hulp te bieden, maar soms gebeurde het dat we in een bepaalde
week niet veel ingeschakeld werden door Manuel. Dan gingen we zelf naar Manuel
toe om te vragen of hij hulp nodig had. Naarmate hij behendiger werd met zijn
braillecomputer gebeurde dit steeds meer. Wij dachten dat hij dat niet durfde te
vragen. Soms was dit ook het geval. Vaak moesten we gewoon accepteren dat Manuel
niet altijd onze hulp nodig had. We hielpen Manuel al vanaf het begin van de
studie met praktische en visuele dingen. We boden zelf onze hulp aan. Toen
Manuel een artikel over het mentorenproject had gelezen in het school magazine,
besloot hij ons te vragen.”
Voor Nathaniel en Nathan maakte het niet uit dat ze er een vergoeding voor
kregen. “Het was ook niet zoveel, maar voor Manuel haalde het een drempel weg.
Hij had altijd moeite om hulp te vragen aan ons, ook al boden we dit zelf aan,
omdat hij ons niet wilde ‘belasten’. Doordat we nu een vergoeding voor onze
werkzaamheden kregen, kwam hij eerder naar ons toe, in plaatst van alles zelf te
doen. Vooral met zaken die wij in een paar minuten konden uitvoeren en waarmee
hij anders veel langer, misschien zelfs uren, bezig zou zijn.”
Nathaniel en Nathan hebben het bieden van hand- en spandiensten positief
ervaren. “Eigenlijk hebben we alleen positieve ervaringen. Uiteindelijk geeft
het een goed gevoel om iemand te helpen, op wat voor manier dan ook. Zelf kregen
we ook een beetje inzicht in hoe het is om een beperking te hebben.”
Volgens Nathaniel zijn de belangrijkste taken geweest: het terugbrengen van het
aantal werkuren voor Manuel en het fungeren als een soort vangnet tijdens drukke
periodes. Daarnaast de ondersteuning bij visueel moeilijk opdrachten. “Manuel
kon ook altijd met ons praten over studieproblemen die hij ondervond. Hier
probeerden we dan samen een oplossing voor te vinden. Volgens mij was alles wel
goed geregeld.”