Copyright © Kamran Lips - 2010

 

 

KEUZEMENU





Mijn oogsituatie
Ervaring & Visie
magaZIEN
Louis Braille
Werk
Gezin & Relatie
Sport
Mobiliteit
Interview
Gedichten
Oogziektes
Optische Illusies
Ontwikkelingshulp
Boeken
Adressen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TEKST TE KLEIN?    ... TEKSTGROOTTE AANPASSEN:    ...Ctrl + Scroll muis
HOOFDMENU
Beginpagina
Over mij
Knipoog
Contact
Links

 

 

 

SPORTEN GEWOON GEZOND EN LEUK OM TE DOEN!

Voor je lol alleen de straat op gaan met je herkennings- of taststok, doe je niet zo gemakkelijk. Als je niks of slecht ziet, kost het je veel concentratie en energie om je weg te vinden. Toch is het opdoen van veel ervaring ontzettend belangrijk voor het zelfvertrouwen en vergroten van je eigen vaardigheden. Een leuke of interessante vrijetijdsbesteding kan dan ook een goede uitdaging zijn om er op uit te trekken. Een sport kan zo'n uitdaging zijn. Sporten waarbij je actief beweegt, dragen bovendien bij tot een betere oriëntatie en mobiliteit.

Goalball en Showdown, de twee specifieke sporten voor blinden en slechtzienden doen bijvoorbeeld in een sterke mate beroep op je gehoor. Het luisteren naar, het lokaliseren van en het reageren op het geluid van het belletje in de speelbal. Zoals met alle sporten zal dit door oefening steeds beter gaan en dan zal je het ongemerkt in de dagelijkse mobiliteitspraktijk kunnen toepassen. Zeker bij goalball is het belangrijk je te oriënteren in de ruimte. Waar bevind je je ten opzichte van de medespelers en ten opzichte van de tegenpartij. Waar ga je de bal heen rollen om te scoren? Hoe verdedig je het doel zonder in botsing te komen met anderen of jezelf te blesseren? Zo ben je spelenderwijs bezig met oriëntatie in de ruimte. Bij showdown komt het aan op oriëntatie op de vierkante cm. De harde bal gaat razendsnel heen en weer en van links naar rechts. Elke spiervezel is gespannen en klaar voor actie en reactie. Een goede oefening tussen waarnemen en motoriek.

Concentratie is een tweede belangrijk aspect van dergelijke sporten. Het concentreren op bepaalde geluiden en dit vasthouden, ook al stort de wereld om je heen in. Het oefenen van luistervaardigheid en concentratie in een dynamische omgeving, leidt altijd tot resultaat. Binnen, maar ook buiten het sporten.

Naast de specifieke kunnen ook algemene sporten bijdragen aan het oriëntatie- en concentratievermogen, aan de ontwikkeling van behendigheid, kracht en uithoudingsvermogen. En sporten is natuurlijk ook gewoon erg leuk om te doen. Of je dit nou met andere blinden of slechtzienden doet, of in teamverband met goedzienden. Er zijn zoveel mogelijkheden, ook al als je denkt dat het niet kan. Naast goalbal en showdown beschrijf ik hieronder een aantal takken van sport en hoe het ook kan.

GOALBALL

Goalbal is een teamsport die uitsluitend beoefend wordt door atleten met een visuele beperking. Het werd in 1946 ontwikkeld door de Oostenrijker Hanz Lorenzen en de Duitser Sepp Reindle, ter revalidatie van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog met een visuele handicap. De sport staat onder auspiciën van de International Blind Sport Federation (IBSA). In 2008 werd de sport wereldwijd in meer dan vijftig landen beoefend.
 
In 1976 stond goalbal voor het eerst op de kalender van de Paralympische Spelen. In het Canadese Toronto was het nog een demonstratiesport. Oostenrijk pakte het goud, voor West-Duitsland en Denemarken. Vier jaar later - toen de sport op de officiële paralympische kalender prijkte - wisten de Duitsers wel de gouden medaille te veroveren. De ploeg eindigde voor de Verenigde Staten (zilver) en Nederland op de eerste plaats. In 1984 werd het paralympische toernooi ook opengesteld voor vrouwen. De Verenigde Staten eiste de gouden medaille op.

Hoe wordt goalbal gespeeld?
Goalbal wordt gespeeld door twee teams van drie spelers, met maximaal drie wissels per team. De spelers dragen tijdens de wedstrijd blinderingsmaskers, zodat personen met verschillende visuele handicaps samen kunnen spelen. Het spel bestaat uit twee helften van tien minuten. Goalbal wordt gespeeld op een rechthoekig veld, van achttien meter lang en negen meter breed. Beide speelhelften worden door twee lijnen in drieën verdeeld. De lijnen zijn tastbaar, zodat de spelers weten waar ze zich in het veld bevinden.

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player



Het doel is over de volle breedte van het veld. Het gaat erom een bal in het doel van de tegenstander te rollen, terwijl de verdedigende spelers proberen de bal met hun lichaam te blokkeren. Doordat in de bal een belletje is bevestigd, kunnen de spelers horen waar de bal zich bevindt en welke richting hij gaat. Tijdens het spel wordt volledige stilte vereist in de omgeving van het speelveld, zodat de spelers zich optimaal kunnen concentreren en adequaat reageren.

Paralympics Goalball - Finale 2008 China vs. Litouwen

De spelers moeten de bal onderhands gooien. Een geworpen bal moet het veld raken voor deze de middellijn passeert. Zodra het verdedigende team in balbezit komt, moet de bal binnen acht seconden worden gespeeld. Iedere speler mag niet meer dan dan twee opeenvolgende worpen voor zijn rekening nemen. Voor het overtreden van de regels kunnen persoonlijke en teamsancties worden toegekend.

De ploeg die na twintig minuten speeltijd de meeste goals heeft gemaakt, is de winnaar. Staat er aan het eind van de reguliere speeltijd een gelijkspel op het scorebord, dan wordt de wedstrijd met twee periodes van drie minuten verlengd. Als de stand daarna nog gelijk is, worden vrije worpen genomen.

SHOWDOWN

showdowntoernooi grave onderwijsDeze sport is bedacht door de Canadian National Institute for the Blind in Vancouver, BC, Canada. Het werd geïntroduceerd in Nederland in 1980 tijdens de Paralympics in Arnhem. Hier heeft de Canadian National Institute for the Blind de sport komen promoten.

Showdown is een van de weinige sporten die visueel gehandicapten individueel kunnen beoefenen. Het wordt beoefend in een bak (een tafel van 3.66 x 1.15 meter) met recht opstaande randen van. Aan de twee korte kanten van de tafel zit een gat waarin de rinkelende bal moet worden geslagen om te scoren. Het wordt geheel op gehoor en gevoel gespeeld. In de speelruimte moet het dan ook volledig stil zijn, niemand mag tijdens de partij de speelruimte in of uit. De speler slaat met een kunststof of houten bat. Aan deze sport kunnen ook zienden nemen deel; alle spelers dragen een geblindeerde skibril, zodat iedereen gelijk aan elkaar is. Als er een doelpunt wordt gemaakt, wordt dit beloond met 2 punten. Als de bal uit de tafel vliegt of als er andere fouten worden gemaakt,krijg je een punt tegen. Degene die als eerste 11 punten heeft, is de winnaar van de set. Het wordt 1 tegen 1 gespeeld. (Hierop zijn varianten mogelijk) Het is een snelle en flitsende sport.

In de Showdownsport worden ook kampioenschappen gehouden, zoals competitie, NK's, EK's en WK's.

GOLF

07022006bart.jpgRonald Boef is 29 jaar, woont in Bovenkarspel en is blind geboren, met de erfelijke aandoening Amaurosis van Leber. Hij besloot in 1995 te gaan golfen en al snel bleek Ronald een groot talent. Ronald heeft in 1997 zijn GVB gehaald en door keihard trainen en regelmatig wedstrijden te spelen heeft hij op dit moment handicap 23,5.

"Bij ons in de straat woonde één van de oprichters van Golfclub Westwoud. Hij zag op de BBC een programma over hoe blinden leerden golfen en dacht meteen aan mij." Rein, zijn vader: "Tien jaar geleden belde hij: of ik Ronald niet langs wilde sturen voor een golfles. Ik gooide van schrik meteen de hoorn op de haak. Golfen, daar kon ik me echt niets bij voorstellen." Ronald: "Na één les was ik enthousiast en wilde ik de uitdaging aan. Toen bleek dat de golfclub achter onze rug om sponsors had geregeld. Hartstikke fijn."'Aanvankelijk stond ik met mijn voeten in een houten mal.' Golfen zonder dat je je ogen kan gebruiken, lijkt een onmogelijke opgave. Lijkt, want Ronald Boef bewijst het tegendeel. De blind geboren Noord-Hollander is de enige blinde wedstrijdgolfer van Nederland en een van de weinigen in West-Europa. Hij heeft de ambitie wereldkampioen golfen voor visueel gehandicapten te worden. 'Het is het resultaat van heel veel trainen. En doorzetten.'

'In de eerste drie tot vier jaar heb ik alleen maar tegen een balletje kunnen slaan.' Omdat Boef nooit iets heeft kunnen zien, was het voor hem heel lastig om de essentie van golf te doorgronden. Een bunker, een boom als obstakel: voor hem waren het geen vanzelfsprekendheden, maar nieuwe ervaringen. Voor hij aan het baanwerk toe was, moest hij keer op keer de bal wegslaan, om letterlijk te voelen hoe dat moest. 'De eerste tijd stond ik met mijn voeten in een houten mal. Zo was de afstand tussen mijn voeten en de bal altijd gelijk. Nu gebruik ik die mal niet meer.' Bijgestaan door zijn vader doet de inwoner van Bovenkarspel negentig procent zelf. 'Mijn vader reikt de club aan en brengt me naar de bal. Dat is alles. Op de green bepaal ik via het aantal stappen de afstand tussen bal en vlag. En op de terugweg voel ik of het terrein oploopt of afloopt.'

Hij traint onder supervisie van zijn coach Golf Professional Peter Clark en onder begeleiding van zijn vader Rein, die tevens zijn caddy is. Ronald heeft in het verleden al een aantal belangrijke toernooien gespeeld, waar hij goede resultaten boekte.

WIELRENNEN

Hieronder volgt een interview met Jan Mulder, Neerlands bekendste visueel gehandicapte wielerfanaat, oud wereldkampioen, oud Europees Kampioen en oud Olympisch kampioen. Het is een vrij gedateerd interview, maar daarom niet minder interessant, op geheel eigen wijze ingevuld door Jean Nelissen.

Bron: mrtandem.nl & "Topsporters over hun passie"

Jan Mulder Een fanatiek wielrenner

De kampioen van de wilskracht
die zijn handicap overwon.
Jan Mulder start na Sydney 2000
in historische monsterraces.

Tours aan de Loire in Frankrijk, oktober 1988.

Een mooie nazomerse dag. Op de oude Avenue de Grammont schijnt de zon tussen de hoge bomen. Maar tegen de avond steekt een noodweer op boven de stad en wordt Tours in een ommezien in duisternis gehuld. In het schemerduister stormt op de Avenue de Grammont een groep tandems over de finishlijn. De mannen op één van de tandems dragen een oranjeshirt en flitsen als eersten over de streep. Achter op de fiets zit Nederlands meest prominente tandemrijder Jan Mulder uit Twello, visueel gehandicapt. Hij klimt van zijn tandem, loopt naar de perstribune en vertelt over zijn sport. Een ambassadeur in den vreemde. Op zoek naar erkenning.

Zijn gezichtsvermogen is nog maar vijf procent, maar zijn ambitie is van Olympisch niveau. Dat is herkenbaar bij gedreven mensen, die pal staan voor wat ze willen. Wilskracht is trouwens een van de beste kwaliteiten in een duursport als wielrennen. Heb je geen sterk karakter, dan kun je niet meedingen. Twee jaar na de ontmoeting in Tours wordt Jan Mulder in Saint Etienne wereldkampioen op de weg en wereldkampioen in de achtervolging op de baan. Daarna volgen de successen elkaar in snel tempo op. Tijdens de Paralympics in Barcelona in 1992 behaalt hij met voorrijder Richard Beumer goud in de tijdrit op de weg. Zij leggen de 52 kilometer af in iets meer dan een uur en halen de gemiddelde snelheid van 50 kilometer en 400 meter. Dit moyenne geeft aan dat deze gehandicaptensport zich op hoog niveau ontwikkeld heeft. In de grote Tour de France slaagde pas in 1979 voor het eerst een renner erin solo boven vijftig kilometer per uur te rijden. Dit presteerde de Amsterdammer Gerrie Knetemann, die tijdens de Tourproloog in Fleurance vijftig kilometer en 58 meter haalde.

Jan Mulder traint 's winters tot 25 uur per week. 's Zomers maakt hij nog meer uren op zijn fiets. Vandaar dat hij halve dagen werkt als personeelsconsulent in de gemeente Voorst. De rest van zijn tijd gaat op aan training en voorbereiding. 'Ja, ik ben fanatiek bezig', beaamt Jan Mulder, 'het moet ook wel want de internationale concurrentie is hevig. Voordat ik naar mijn werk ga zit ik 's ochtends op de hometrainer. 's Middags train ik op de weg. Kilometers maken, tussen door intervaltraining'. In Spanje bijvoorbeeld, sponsort de multinational ONCE (Organizacion Nacional de Ciegos Espanoles), die ook een profploeg (met Laurent Jalabert en Abraham Olano) onderhoudt, liefst veertig tandems. De ex-prof Faustino Ruperez is leider van het project. De valide voorrijders zijn in vaste dienst bij ONCE. De Spaanse blindenorganisatie verschaft 30.000 mensen werk. In 1996 verkocht ONCE voor méér dan zeven miljard gulden aan loten in de stalletjes die op bijna elke hoek in de Spaanse steden te vinden zijn. ONCE beheerst eenderde van de particuliere loterijmarkt in Spanje en bezit dertig filialen een hotelketen, een televisiestation(Télé 5), een radiostation (Onda Cerro), een fabriek die veiligheidsgordels maakt en het eiland Santa Margarita bij Venezuela. Deze onderneming heeft dus besloten een gooi te doen naar de hegemonie in de wielersport voor gehandicapten. En dat merkte Jan Mulder tijdens de Ronde van België toen hij tegen de coalitie van drie ONCE-teams moest rijden. Want Mulder is de te kloppen man in de wedstrijden. Met 270 overwinningen in tandem races met verschillende valide voorrijders, is de faam van de personeelsconsulent uit Twello internationaal gevestigd. Liefst elf keer zegevierde hij in de Grote Prijs van Frankfurt am Main. Na zijn successen in Barcelona in 1992 behaalde Jan Mulder (met Pascal Schoots) vier jaar later opnieuw goud tijdens de Paralympics in Atlanta. Ditmaal op de vier kilometer achtervolging. Voor deze prestatie werd Mulder koninklijk onderscheiden, hij is Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Hij was 26 jaar en al zeven seizoenen met ruim zeventig gewonnen prijzen een succesvol wieleramateur, toen hij in 1982 van zijn fiets duikelde in de Ronde van Amersfoort. 'Ik keek om en reed met mijn voorwiel in een put, ik sloeg over de kop en liep scheurtjes in mijn schedel op.' Het genezingsproces duurde lang. Tijdens zijn revalidatie openbaarde zich een erfelijke oogziekte, een zeldzame virusinfectie, de zogenaamde ziekte van Leber. Hoewel deze oogziekte in zeven generaties bij zijn familie niet meer was voorgekomen, werd Jan Mulder erdoor getroffen. In één jaar verloor hij bijna zijn gehele gezichtsvermogen. 'Ik heb centraal voor mijn ogen een zwarte vlek en ik kan alleen in de hoeken nog ietsje zien.' Jan Mulder werkte destijds als kandidaat-programmeur bij de belastingdienst. Maar die baan moest hij opgeven. Dit gebeurde op een slecht moment, want hij had juist een huis gekocht. Hij leerde in het Apeldoornse revalidatiecentrum Het Loo Erf weer een beetje te leven. Hij studeerde braille en leerde via diverse trucs om te gaan met zijn handicap. Drie jaar na zijn ongeluk kwam zijn vriend Maas van Beek op het idee om deel te nemen aan een tandem wedstrijd in Duitsland. Van Beek zou voor op de tandem plaatsnemen en Jan Mulder als 'stoker' achterop. Het was wel even wennen. De twee rijders moeten goed op elkaar ingespeeld zijn. Jan Mulder: 'Als mijn koppelgenoot niet meer trapt, weet ik dat een bocht nadert, daar stel je je op in. Want je bent absoluut afhankelijk van elkaar.' De wedstrijd in Duitsland eindigde meteen al in een zege. Met Maas van Beek behaalde Mulder in 1990 ook zijn eerste wereldtitel. Het ene avontuur volgde het andere op. Mulder reisde naar Zuid-Afrika. Met Henri Brokers startte hij in de prestigieuze Argues Pick & Pay Cycle Race, waaraan 426 valide tandemcombinaties deelnamen. Mulder en Brokers wonnen de race met driehonderd meter voorsprong. 'Daar ben ik heel trots op', zegt hij.

In de loop der jaren wisselden zijn voorrijders. Mulder heeft teamgenoten die verschillende kwaliteiten hebben, Pascal Schoots, Patrick van Gortel, Jeremy Eilander, Heerco Gorter en de schaatser Jeroen Straathof. Zijn echtgenote Angelina traint ook regelmatig met hem. Angelina: 'Ik houd ook van sport en het doet je goed om af en toe je conditie op te vijzelen.' Ze hebben twee kinderen, een jongen van tien die schaatst en een meisje van zeven dat veel aan gymnastiek doet en op Koninginnedag aan de dorpsloop deelnam. Een sportieve familie. Jan Mulder: 'Wielrennen maakt mijn leven afwisselend en spannend, daardoor heb ik voor een groot deel mijn handicap overwonnen. Zolang ik fiets hoef ik niet de hele dag in een gesloten kantoorruimte te zitten en dat is mij veel waard.' De gemeente Voorst steunde hem met extra verlofdagen en zijn sponsor, het Amersfoortse bedrijf 4U-Training, dat opleidingen verzorgt voor professionals in computernetwerken en datacommunicatie, maakt zijn deelname aan buitenlandse wedstrijden mogelijk. Mulder: 'Ik rijd per seizoen ongeveer veertig wedstrijden in de hele wereld. Dat kost veel geld. Ik moet dan ook schrapen in de marge om te overleven. In de loop der jaren heb ik mij daarom aangewend heel zuinig te leven en elk dubbeltje twee keer om te draaien. Wij vernieuwden ons meubilair en verkochten het oude. We hielden er honderd gulden aan over en van dit bedrag zijn we eens goed gaan eten.' Soms krijgt hij reisvergoeding, maar het is geen vetpot. 'Ach', zegt hij, 'met veel overleg redden wij ons net. Maar ik ben nog steeds op zoek naar sponsoren die iets zien in mijn sport, want wij combineren op onze tandem toch drie factoren: samenwerken, vertrouwen en communicatie.'

Op weg naar de Paralympics in Sydney in 2000 traint Jan Mulder weer bezeten. Hij hoopt nog eens goud te winnen. Maar hij vergeet ook de promotie voor de aangepaste sporten in het algemeen niet. Als lid van de landelijke Commissie Wielrennen van de NEBAS (Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten) stimuleert Jan Mulder andere gehandicapten om op de tandem te klimmen. 'Veel visueel gehandicapten denken dat de sport te duur is, maar via de NEBAS kunnen kandidaten een subsidie van 4200 tot 6500 gulden aanvragen om een wedstrijdtandem aan te schaffen. Ik hoop vooral jonge mensen voor het wielrennen te interesseren. Je moet je dan veel inspanningen getroosten, maar je krijgt er veel voor terug.' Sydney 2000 zal voor Jan Mulder voorlopig het keerpunt in zijn carrière betekenen. 'Sydney wordt voor mij de omslag', zegt hij, 'ik blijf fietsen, want ik heb nog grote doelen voor ogen.' Hij wil bijvoorbeeld de oudste klassieker ter wereld Parijs-Brest-Parijs over 1200 kilometer gaan rijden. Parijs-Brest-Parijs werd in 1891 voor het eerst gehouden met 221 deelnemers waarvan 99 de finish haalden. De winnaar, de Fransman Charles Terront, legde toen de 1200 kilometer af in 71 uur en dertig minuten, hetgeen een moyenne van 16 kilometer en 783 meter betekende. In die pionierstijd waren de wegen slecht en de fietsen wogen zo'n twintig kilo. Een jaar later won de tot Fransman genaturaliseerde Italiaan Maurice Garin de monsterrit. Garin won twee jaar later de eerste Tour de France. Het is dus een historische wedstrijd. Jan Mulder: 'Dergelijke marathoninspanningen spreken tot mijn verbeelding.'

'Ik voel mij topsporter. Rijden op een tandem is zwaarder dan dat je solo op een fiets zit vooral het klimmen kost veel kracht.'

Ook wil hij starten in een monsterrit van kust tot kust dwars door de Verenigde Staten. Deze wedstrijd gaat over 3000 mijl, dat is 4827 kilometer. De vroegere Zwitserse wereldkampioen op de weg Gilbert Glaus probeerde met zijn ritme: elf uur fietsen, één uur slapen, de race zo snel mogelijk te volbrengen. Mulder: 'Na vier dagen was hij uitgeput en moest hij de strijd staken. Je moet dus een perfect inspannings-rust-ritme ontwikkelen. Je moet weten wat je lichaam kan verdragen en dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd.' Hij is nu 42, maar heeft dus nog grootse plannen. Ooit kocht hij in een huis-aan-huiskrant een pagina advertentie ruimte en liep vervolgens middenstanders in de omgeving af om hen over te halen op zijn pagina te adverteren. Want hij moest zijn kosten dekken voor zijn buitenlandse wedstrijden. Anders had hij in Frankrijk nooit de etappewedstrijd Loire et Cher vier keer kunnen winnen, of zilver kunnen behalen in de achtervolging tijdens de wereldkampioenschappen in Colorado Springs of kunnen zegevieren in het Open Belgische kampioenschap in Lommel.

In ruim dertig landen worden wielerraces voor visueel gehandicapten gehouden, vooral in Frankrijk en Spanje. De reglementen zijn streng. Na afloop worden dopingcontroles gehouden, waaraan zich ook de valide voorrijder moet onderwerpen. Later, veel later, als hij te oud wordt voor zijn zware sport, gaat hij misschien tekenen of schilderen. 'Het klinkt misschien vreemd uit mijn mond omdat ik zo slecht zie.'

'Na de enorme lichamelijke inspanning creatief produceren, dat lijkt mij ook heel mooi.'

ZEILEN

De 'blind date' op het waterZeilen is heel tof! Dat gaat ook op als je een beperkt of geen gezichtsvermogen hebt. Jan Schippers heeft veel ervaring in het zeilen met mensen met een visuele beperking en weet hoe zij daarvan genieten. Na vele tochten met zijn Iroquois ontstaat het idee om een schip te gaan realiseren dat geheel is aangepast aan het zeilen met deze mensen. De keus valt op een zeer onalledaags ontwerp, dat inmiddels in eigen beheer in aanbouw is.

In 1998 raakte Jan Schippers op de HISWA bij toeval verzeild op de stand van Tricat Sailing Holidays. Het klikte meteen en ik heb bij deze organisatie met veel plezier een flink aantal tochten meegezeild. Uiteindelijk heb ik via Tricat een Iroquois Mk II gekocht waar zeilmaat Paul (een sportieve oudleerling) en ik heerlijk mee zeilen. We nemen vaak gasten mee. Om deze gasten draait het nu allemaal.

Door mijn werk als gymdocent bij Bartimeus in Zeist, een onderwijsinstelling voor kinderen met een visuele beperking, heb ik jarenlang zeilkampen met deze kinderen geleid. Ik heb steeds meer oog gekregen voor wat zij allemaal misten in het dagelijkse leven en de extra inspanningen die zij zich moeten getroosten om gewoon mee te kunnen doen. Ook zag hij al te vaak hoeveel zaken voor ons, goedziende mensen, vanzelfsprekend lijken, en voor hen bijna of geheel onmogelijk zijn. Tijdens deze zeilkampen constateerde Schippers dat zeilen in principe heel goed mogelijk en toegankelijk is te maken voor mensen met een visuele beperking. Natuurlijk zijn er daarbij ook beperkingen en is het soms nodig om aanpassingen te doen.

Het standpunt is dat als je je iets extra's kunt veroorloven (dat is zeilen eigenlijk ook) je daar je medemens (en zeker degenen met een niet te omzeilen beperking) van moet laten meegenieten. Zo is de gedachte ontstaan om een organisatie op te richten die het zeilen op groter water, met en voor mensen met een visuele beperking, haalbaar en betaalbaar zou moeten maken. Zo is "Katjan Toerzeilen" ontstaan, al een tijdje onder zeil met de Iroquois "Katjan". Dan ontstaat de gedachte en later meen je zelfs de behoefte, aan een speciaal schip voor mensen met een visuele beperking. Dat moet de "Blind Date" worden! Aldus Jan Schippers.

Via Rudolf, de man die Katjan in conditie houdt en met schepen van alle markten thuis is, leerde ik Jan Rob Denney en zijn "Harryproas" kennen. Deze schepen leken in eerste instantie te voldoen aan de eisen die gesteld werden aan een schip dat geschikt moest zijn voor mensen met een visuele beperking. Ruim, stabiel, snel en waarschijnlijk goed verder aan te passen aan de doelgroep.

Voor iemand die niet zover van zich af kan kijken, of helemaal niets kan zien, zijn mooie luchten, kusten, voorbijvarende schepen, vogeltjes en wolken niet zo interessant. Zij moeten het immers hebben van horen zeggen en daardoor hebben deze zaken veel minder impact op hen. Des te meer zijn zij gevoelig voor opspattende golven, windwervelingen over en bewegingen van het schip, indringende geluiden bij zeilwisselingen en zeilmanoeuvres. Zij worden immers niet afgeleid door het visuele. De grote (ongeveer 80 m2) dek/trampolineruimte is ideaal voor deze mensen om te zitten, te liggen en veilig te genieten van snelheid, wind en water. Daar komt nog bij dat vrijwel alle mensen met een visuele beperking grote problemen hebben met hun evenwichtsgevoel en zich daarom op een bijna horizontaal varend schip veel beter thuis voelen dan op een enkelrompschip.

Bron/Voor meer info: www.zeilenmeteenvisie.nl

 

                                                                                            

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

JOHAN CRUYFF UNIVERSITY

Manuel, derdejaars student opleiding Commerciële sporteconomie, economie en management aan de Johan Cruyff University (JCU), topsporter en slechtziend.“Het is een heel goede opleiding voor gehandicapte sporters. Die zijn hier erg welkom. Ik moet er hard voor werken, maar het is erg leuk.” Beschadigingen van het oog of in de hersenen kunnen leiden tot een stoornis in het zien. De gevolgen van verschillende oogaandoeningen zijn divers, zoals: minder scherp zien, beperkt gezichtsveld (leidt vaak tot problemen met overzicht), beperkt diepte-inzicht, beperkte kleurwaarneming en beperkte licht- donkeraanpassing. Blind of slechtziend zijn kan leiden tot communicatieproblemen (missen van non-verbale informatie), problemen wat betreft veiligheid, orientatie, lezen, schrijven, en het gebruiken van bepaalde voorwerpen. Elke oogaandoening heeft verschillende kenmerken. Niet iedere slechtziende ziet hetzelfde. Daarom is het belangrijk studenten over hun persoonlijke ervaringen te laten vertellen.

“Bewustwording is een langzaam proces. We merken dat naarmate meer studenten met een handicap hier studeren men meer rekening gaat houden met eventuele beperkingen van studenten.” Tijdens de studie kunnen problemen ontstaan bij de volgende studieactiviteiten: tentamens maken, computergebruik, bestuderen van het lesmateriaal, college volgen, individuele werkstukken, papers/scripties, deelnemen aan werkgroepen, practica/ veldwerk/ stage. “Eigenlijk hebben we alleen positieve ervaringen. Uiteindelijk geeft het een goed gevoel om iemand te helpen, op wat voor manier dan ook. Zelf kregen we ook een beetje inzicht in hoe het is om een beperking te hebben.”

De HEAO-opleiding (commerciele economie) van de JCU is zo georganiseerd, dat topsport en studie prima met elkaar te combineren zijn. De JCU levert een hoogwaardige en flexibele opleiding op maat, waarbij de student en zijn/haar topsportcarrière centraal staan. Alle topsporters kunnen aan de JCU te studeren. Daarom voert de JCU een actief beleid ten aanzien van het opleiden en begeleiden van topsporters met een lichamelijke beperking. Het curriculum is gericht op integratie van sporters met en zonder lichamelijke beperking.

Manuel
Manuel, topsporter middellange afstandsloper (1500 meter) is vanaf zijn geboorte slechtziend. Als kind kon hij nog fietsen en voetballen, maar zijn zicht werd langzaam maar zeker minder. Manuel wilde fysiotherapeut worden, maar met het oog op zijn slechte gezichtsvermogen was dat te ingewikkeld. Hij besloot een opleiding voor Sociale Dienstverlening te gaan volgen. Ook dat beroep bleek in de praktijk moeilijk uitvoerbaar vanwege alle formulieren waarmee je te maken hebt. Daarna koos Manuel voor de Johan Cruyff University waar hij het erg naar zijn zin heeft.

“Het is een heel goede opleiding voor gehandicapte sporters. Die zijn hier erg welkom. Er is een goede sfeer en een grote saamhorigheid, want iedereen zit in hetzelfde wereldje. De medestudenten hebben begrip voor mijn slechtziendheid en ik word niet anders behandeld dan de anderen. Je krijgt alle medewerking van docenten, medewerkers, mentoren en de coördinator SHDT. Dit betekent Studeren met een Handicap Dubbele Topsport. De coordinator, Brechtine regelt ook vaak zaken met docenten. Ik moet er hard voor werken, maar het is erg leuk.”

“Ik train dagelijks. ’s Middags in m’n eentje en ’s avonds in clubverband. Twee keer per week ga ik naar school. Ik reis per trein en heb het geluk dat de opleiding vlakbij het station gehuisvest is. Elk kwartaal werken we een dag per week aan een proftaak. Op dit moment gaat het over accountmanagement en relatiebeheer om vrijwilligerswerk in een sportorganisatie te promoten. Aan zo’n proftaak werk je samen aan met een kwartaalgroep. De opdracht van dit kwartaal is dat we een evenement moeten organiseren.”

Eens per week neemt Manuel zijn studieplanning door met coördinator Brechtine. Vanwege zijn drukbezette leven is het moeilijk overzicht te houden over zijn studie. De coördinator maakt steeds een verslag van zijn studieplanning en stuurt dat naar hem. “Alle studenten hier sporten op nationaal niveau. De Johan Cruyff University is een van de weinige opleidingen die je kunt combineren met topsport.”

Knelpunten
“De tijdsdruk is het grootste knelpunt. Lezen gaat bij mij langzaam, de studie kost mij veel meer tijd. Een ander knelpunt is het voorbereiden van tentamens. Ik moet bijvoorbeeld zorgen dat er sheets gebruikt worden die leesbaar zijn. Ik heb ook privé-bijles gehad van een klasgenoot en van vrienden. Die lessen werden vanuit het project Studeren met een Handicap Dubbele Topsport vergoed. In het eerste jaar waren er twee studenten die me hielpen met kopiëren, aantekeningen maken en informatie van het intranet halen. Inmiddels beschik ik over aangepaste software zodat ik deze activiteiten zelfstandig kan uitvoeren.”

Voorzieningen en aanpassingen
Manuel maakt gebruik van een laptop met aangepaste softwareprogramma’s voor braille en spraak, en een brailleleesregel. Die laptop heeft hij altijd en overal bij zich. De ICT-vakken zijn aangepast. Het programma Excel (cijferprogramma’s/schema’s en berekeningen) ziet er in braille anders uit. Een docent van het blindeninstituut Sonneheerdt leerde hem hier mee omgaan. Dit onderdeel van de studie wordt door het UWV betaald.

Stage en toekomst
“Ik ga waarschijnlijk stage lopen bij mijn eigen atletiekclub DAK in Drunen. Ik heb er echt zin in, want nu is het onderhand tijd voor de praktijk”. Als hij afgestudeerd is kan hij aan de slag als sportmanager of –marketeer bij een sportorganisatie.

Coordinator Brechtine (van de Johan Cruyff University)
Topsport en studeren met een handicap: een enorme uitdaging Brechtine is, naast docente Spaans, coördinator van het project Studeren met een Handicap Dubbele Topsport (SHDT). Dit project is in 2002 aan de Hogeschool van Amsterdam gestart met als doel gehandicapte topsporters te ondersteunen bij de zware combinatie topsport, studie en handicap. Een ander belangrijk doel is de integratie tussen sporters met en zonder handicap te verbeteren. Het project SHDT wordt financieel mogelijk gemaakt door luchtvaartmaatschappij KLM en uitzendorganisatie Adecco. Ze stellen niet alleen geld beschikbaar, maar ook stageplaatsen. Daarnaast verzorgen ze gastcolleges. Brechtine heeft wekelijks een gesprek met student Manuel om zijn studieplanning door te nemen. Daarnaast regelt ze zaken die met zijn studie samenhangen.

Intensieve begeleiding
Aan de JCU studeren verschillende studenten met een handicap.
“We proberen problemen die voort komen uit beperkingen al aan het begin van de studie in kaart te brengen. Regelmatig blijkt dat je van te voren moeilijk kunt inschatten hoeveel tijd je aan de begeleiding van een student kwijt bent. Iedere student met een handicap heeft weer andere begeleiding nodig. Het gaat beslist om maatwerk. Het maakt veel uit of iemand in een rolstoel zit, slechtziend is of een chronische ziekte heeft. Gebleken is dat studenten in een rolstoel, relatief weinig extra begeleiding nodig hebben. Onze gebouwen zijn goed toegankelijk voor mensen met een rolstoel.

Bij studenten die chronisch ziek zijn of studenten met beperkte energie, steken we veel tijd in peptalk. Echt grote aanpassingen in het studieprogramma hebben ze meestal niet nodig. Alleen extra tentamen- en studietijd. Blinde en dove studenten hebben de meeste ondersteuning nodig. In dit geval stuit ik regelmatig op zaken waar ik vooraf nooit bij nagedacht heb. Zo is het voor visueel gehandicapte student Manuel onmogelijk om tabellen te lezen op het beeldscherm. Hoe los je dat op binnen het onderwijsprogramma? Over die kwestie voeren we overleg met de docenten. Voorts hebben we speciale leermiddelen aangeschaft, zoals gesproken boeken op cd-rom en Engelse, Spaanse en Nederlandse spraakprogramma’s. Tentamens worden nooit schriftelijk afgenomen, maar digitaal of mondeling.”

Mentor en rolmodel
“Bijzonder is dat een deel van de studentenbegeleiding gedaan wordt door afgestudeerd econome en toprolstoeltennisster, Esther Vergeer. Zij is als geen ander ervaringsdeskundig als het gaat om het combineren van sport, studie en handicap. Omdat ze op veel terreinen dezelfde ervaring heeft als de studenten met een beperking, maakt dat de drempel om dingen aan haar te vragen lager. Ook krijgen wij door haar wereldwijd veel publiciteit. In interviews draagt ze altijd onze boodschap uit.”

Medestudenten
Studenten aan de JCU kunnen ook gebruik maken van het mentorenproject, dat betekent dat ze steun krijgen van medestudenten. Zo krijgt Manuel ondersteuning van derdejaarsstudent Nathaniel. Nathaniel helpt Manuel onder andere met het zoeken van informatie op het internet, het maken aantekeningen tijdens colleges en het verzorgen van de lay-out van zijn werkstukken. Nathaniel krijgt van de Hogeschool van Amsterdam een kleine vergoeding voor zijn werk.“Dat lijkt misschien vreemd. Maar we hebben gemerkt dat onze studenten zich vrijer voelen een medestudent in te schakelen als die betaald krijgt voor zijn hulp.”

Checklist
“Om de studenten optimaal te kunnen begeleiden, hebben we het afgelopen jaar een uitgebreide checklist opgesteld. De checklist bestaat uit een bouwkundig deel en een onderwijskundig deel. We inventariseren of de tafels voor rolstoelgebruikers de juiste hoogte hebben en of rolstoelgebruikers het kopieerapparaat kunnen bedienen vanuit hun rolstoel. We kijken ook naar zaken als de tijdsduur van tentamens voor studenten met beperkte energie en of bepaalde vakken mogelijkheden bieden om de aanwezigheidsplicht te versoepelen.” De checklist geeft duidelijke handvatten, laat zien waar de grootste problemen zijn en waar de JCU zich op moeten richten.

Betere informatie
De JCU heeft zich ook gericht op een verbetering van de informatievoorziening. Er bleek weliswaar veel informatie voor studenten met beperkingen te bestaan, maar die werd nogal versnipperd aangeboden. Bovendien heeft de JCU het afgelopen jaar veel energie gestoken in de ontwikkeling van GO, het intranet waar alle informatie gebundeld is. Op het intranet kunnen studenten informatie vinden over de studie, tips om het studeren eenvoudiger te maken, fondsen en informatie over hun rechten en plichten. Voor docenten is een speciale site gemaakt waarop tips voor het lesgeven aan studenten met een handicap staan.

Bewustwording
Ander aandachtspunt is bewustwording. “Als docenten en medewerkers van het instituut zich bewust zijn van de drempels waar studenten met een handicap mee te maken krijgen, kan dat het studeren voor onze studenten eenvoudiger maken. Bewustwording is een langzaam proces. We merken dat naarmate meer studenten met een handicap hier studeren men meer rekening gaat houden met eventuele beperkingen van studenten.”

De JCU wil ook meer begrip en kennis kweken bij de niet-gehandicapte studenten. De opleiding wil sport en handicap integraal deel uit laten maken van het curriculum. Bijvoorbeeld door cases uit de gehandicaptensport als voorbeeld op te nemen in het lesmateriaal en studenten stage te laten lopen in de gehandicaptensport. Dit alles in de hoop dat er meer contact ontstaat tussen studenten met en zonder beperkingen, met als resultaat dat de gehandicaptensport in de toekomst hoger op de agenda wordt geplaatst.

Topplekken
Inmiddels is een aantal nieuwe studenten met een beperking gestart aan de JCU. Als het nodig is, kunnen studenten met een handicap begeleiding krijgen bij de overgang van opleiding naar werk. Het idee leeft dat studenten, die immers allemaal worden opgeleid voor bestuurs- en managementfuncties in de sport, straks op topplekken bij sportorganisaties terecht komen.

Medestudent als mentor
Ook Nathaniel studeert aan de Johan Cruyff University. Hij volgt de HEAO opleiding Commerciële Sport Economie, samen met zijn tweelingbroer Nathan. “Samen hebben we Manuel, een visueel gehandicapte student, geholpen. Het was voor ons de eerste keer dat we een student met beperkingen hebben begeleid in zijn studie.” Manuel heeft in zijn vorige studie geleerd om te gaan met colleges volgen, aantekeningen maken, enzovoorts. “Wij hielpen hem hierbij natuurlijk ook. De opleiders zorgden bovendien dat ze de collegesheets naar Manuel mailden of op het intranet zetten. Het grootste knelpunt was naar mijn mening het uitvoeren van opdrachten die erg visueel waren. Zo moesten we met computerprogramma’s werken, zoals Microsoft Excel en SPSS, die erg visueel ingericht zijn.” Nathaniel bood hem vooral ondersteuning bij bestanden van het internet halen, aantekeningen maken en bestanden zoeken op het internet. Wekelijks ging daar een tot twee uur inzitten. Soms iets meer. “Ik vond het niet moeilijk om Manuel hulp te bieden, maar soms gebeurde het dat we in een bepaalde week niet veel ingeschakeld werden door Manuel. Dan gingen we zelf naar Manuel toe om te vragen of hij hulp nodig had. Naarmate hij behendiger werd met zijn braillecomputer gebeurde dit steeds meer. Wij dachten dat hij dat niet durfde te vragen. Soms was dit ook het geval. Vaak moesten we gewoon accepteren dat Manuel niet altijd onze hulp nodig had. We hielpen Manuel al vanaf het begin van de studie met praktische en visuele dingen. We boden zelf onze hulp aan. Toen Manuel een artikel over het mentorenproject had gelezen in het school magazine, besloot hij ons te vragen.”

Voor Nathaniel en Nathan maakte het niet uit dat ze er een vergoeding voor kregen. “Het was ook niet zoveel, maar voor Manuel haalde het een drempel weg. Hij had altijd moeite om hulp te vragen aan ons, ook al boden we dit zelf aan, omdat hij ons niet wilde ‘belasten’. Doordat we nu een vergoeding voor onze werkzaamheden kregen, kwam hij eerder naar ons toe, in plaatst van alles zelf te doen. Vooral met zaken die wij in een paar minuten konden uitvoeren en waarmee hij anders veel langer, misschien zelfs uren, bezig zou zijn.”

Nathaniel en Nathan hebben het bieden van hand- en spandiensten positief ervaren. “Eigenlijk hebben we alleen positieve ervaringen. Uiteindelijk geeft het een goed gevoel om iemand te helpen, op wat voor manier dan ook. Zelf kregen we ook een beetje inzicht in hoe het is om een beperking te hebben.”

Volgens Nathaniel zijn de belangrijkste taken geweest: het terugbrengen van het aantal werkuren voor Manuel en het fungeren als een soort vangnet tijdens drukke periodes. Daarnaast de ondersteuning bij visueel moeilijk opdrachten. “Manuel kon ook altijd met ons praten over studieproblemen die hij ondervond. Hier probeerden we dan samen een oplossing voor te vinden. Volgens mij was alles wel goed geregeld.”


SPORT